Henriette Roland Holst-Van der Schalk Jeugdjaren. Klik op deze link en je hoort via de site van Radio Nederland Wereldomroep de breekbare stem van Henriëtte Roland Holst-Van der Schalk uit de hemelen nederdalen. Ze spreekt – waarschijnlijk geinterviewd door de grote neerlandicus (en haar vertrouweling) Garmt Stuiveling – over haar jeugdjaren in Noordwijk, ‘in dat grote huis aan het Lindenplein met die lange gevel’. Tante Jet heeft een wat geaffecteerd, zeg maar kakkineus accent ("Neurdwijk", "veurkamer") dat in schril contrast staat tot haar latere revolutionaire werkzaamheden voor de socialistische en arbeideristische Internationale (hoewel: grote socialisten kwamen wel vaker uit welgestelde families).
 
De opname schijnt te dateren uit 1950. Ongeveer gelijktijdig met een bezoek dat ze aan Noordwijk bracht. Bij die gelegenheid daarvan bood ze het gemeentebestuur van Noordwijk een mooi gedichtje aan met de regels "de sterkste grond van mijn verblijden/en menge’ ook in sombere tijden/een lieflijk vertroostende zang." Niets van te begrijpen, omdat de eerste regel ontbreekt. Maar die regel ontbreekt niet: die regel is onleesbaar gemaakt omdat de één of andere drol van een ambtenaar dwars door die regel het stempel "Gemeente Noordwijk INGEKOMEN 17 JAN 1950" heeft geslagen. En erboven heeft-ie geschreven "Voor kennisgeving aan te nemen".
  
Er zijn dorpen die hun kunstenaars simpelweg niet verdienen. Dat hoor je Tante Jet in het interview ook stiekem wel een beetje zeggen. De anekdote staat in het alleraardigste boekje van Henny Bal "Noordwijk en Zijn Kunstenaars", in de alleraardigste serie Op zoek naar het verleden: de geschiedenis van Noordwijk.