Je wordt er onderhand tureluurs van: van bestuurderen die volledig zijn losgezongen van de werkelijkheid en de weg volledig kwijt zijn. Was het eerst de provincie Zuid-Holland die meende een tramlijntje aan te leggen van Gouda naar Noordwijk dwars door Leiden (Gouda! Noordwijk! Leiden!), nu is het zelfs de Tweede Kamer die zich er tegen aan gaat bemoeien.
 
In zichzelf heeft de TK wel gelijk met zijn kritiek op een eerder provinciaal besluit om de tram midden in de tulpenvelden bij de ESTEC te laten stoppen en de passagiers vriendelijk te verzoeken om op de bus over te stappen. Dat was al te ridicuul voor woorden.
 
Maar wat het ridicuulst van alles is, is het besluit van de Rijn-Gouwe-Lijn zelf: niemand, helemaal niemand zit op die tram te wachten. De Bollensteek wil alleen maar een busverbinding naar het NS-station Voorhout, Leidenaren zitten verder wel goed en Gouda kijkt eerder richting Rotterdam of Utrecht dan richting Leiden. Meer is er niet en meer moet je er ook niet van willen maken.
 
Nou ja: mijn eigen hobby-horse mag ik nog steeds graag van stal halen: sluit Leiden, Noordwijk en Katwijk, Voorschoten, Wassenaar en Leidschendam aan op Randstadrail. Dan heb je tenminste nog – als je al tramlijnen wilt – twee compatibele systemen. Met de Rijn-Gouwe én Randstadrail krijg je straks zo’n situatie als vroeger in Oosteuropese landen en ook in Spanje: dat je opeens in een andere trein moest gaan zitten, omdat de ene trein niet over het spoor van de ander kon rijden.
 
Maar wat hier allemaal veel erger is, is dat volksvertegenwoordigers niet op hetzelfde spoor zitten als de burger. Of – om Henry Kisinger te parafraseren – misschien wel op hetzelfde spoor, maar dan in tegengestelde richting. 
 
Prijs jezelf gelukkig in zo’n democratie.