
De brief moet gelopen hebben van Schiedam naar Noordwijk in november 1865. Hij was gericht “aan den heer Burgemeester, Strandvonder te Noordwijk aan Zee”. Het zal allemaal iets van doen gehad hebben met de srtrandvonderij en daartoe was de briefschrijver bij de burgemeester wel aan het goede adres. Want burgemeesters bekleden van rechtswege (Wet op de Strandvonderij) het ambt van strandvonder. Er is langs de hele Nederlandse kust nog nooit een juttende burgervader of –moeder waargenomen, maar waarschijnlijk was dit formeel allemaal zo geregeld, om te voorkomen dat jan en alleman er met gevonden voorwerpen van tussen ging.
Aardig op de omslag is ook het stempel ‘na posttijd’: dat duidde erop dat de brief te laat was aangeleverd (op postkantoor of in brievenbus) en daardoor niet meer met de lichting van die dag meekon. Maar hij kwam toch nog snel in Noordwijk aan.
Een mooi stuk. Te koop op www.ebay.com
NW 276: Na Posttijd

In die tijd kon je de postzegel nog plakken waar je wilde. Pas in de dertiger jaren van de vorige eeuw gingen de posterijen mechaniseren. Toen kwamen er stempelmachines en voorschriften waar je de postzegels moest plakken. Het is zelfs in die periode ’n tijdje verboden geweest om postzegels op een andere dan de adreszijde te plakken.