
Er was blijkbaar het één en ander mis met de tulpen in Noordwijk en omgeving, de ziekzoekers konden het niet alleen af en moesten de hulp van de wetenschap inroepen. Die detecteerde een nare parasiet – de Botrytis Parasitica Cavara – welke vervolgens met pure carbolineum bestreden moest worden.
Dat herinner ik me nog wel van al dat gebollenboer: dat het ene gif simpelweg met het andere bestreden werd. Dat het ook slecht was voor het gezond van hun arrebeiders kwam in de botte koppen van de hereboeren niet op (en toch gebeurden er de grootste ongelukken).
“Carbolineum bevat teer, derivaten van naftaleen, anthraceen, fenol en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) die bij langdurige blootstelling blaas- en huidkanker kunnen veroorzaken. Bij gebruik komen ook vluchtige organische stoffen (VOS) vrij, die schade aan de luchtwegen kunnen veroorzaken. Bij aanraking kan het brandwonden veroorzaken en onder invloed van zonlicht kunnen pijnlijke fototoxische zwellingen optreden. Het is brandbaar en mengt niet met water.” Aldus de Wikipedia. Carbolineum is inmiddels in Nederland verboden, maar in de wervende aanprijzingen van 1903 gold het nog als ‘een uitstekend middel’:
Botrytis parasitica Cavara, de oorzaak van de kwade plekken in de tulpenvelden en ook van het omvallen der tulpen, als zij boven den grond zijn gekomen, deed weer veel kwaad in de bloembollenstreek, met name te Noordwijk, Sassenheim en Hillegom, maar begint zich ook meer en meer te vertoonen op tulpenbedden in tuinen van particulieren en op buitenplaatsen, met name daar, waar men jaar uit jaar in op hetzelfde bed tulpen teelt. Onze proefnemingen te Noordwijk leerden ons dat het carbolineum een uitstekend middel is, om den grond te ontsmetten. Een uitvoerig opstel over Botrytis parasitica, de door haar veroorzaakte schade en de middelen ter bestrijding, is verschenen in deel VIII van het Tijdschrift over Plantenziekten

ik,had veel bollenkwekers,in de familie,van drie ,is het zeker,dat ze aan gif,zijn overleden.