Hoeveel Vuurtorenplein kan een mens verdragen? Het is eigenlijk altijd een mislukking geweest. Vroeger – op weg naar zwemles van Noordwijk-Binnen naar het einde van de Bosweg reden we met een paar jongens altijd achteraan en haakten af bij dit plein. We speelden daar  ‘hangjongere’, terwijl die naam nog niet eens bestond en als onze klasgenoten weer terugkeerden haakten wij doodgemoedereerd weer aan (als enigen met droog haar).
 
Er was een patattent van de familie Cohen en er waren boetiekjes die ieder jaar ook weer plaats maakten voor andere boetiekjes. Iemand verkocht Delfts Blauw en een ander van die ijzeren strandscheppen. Ik heb er nog een simultaan schaakpartij gespeeld tegen de legendarische Donner en er een tweedehands boekenmarkt bezocht, maar daarmee heb ik het dan bijna wel gehad.
 
Wat overblijft – we bewaren het beste tot het laatst – is Janus, die tweekoppige god die zowel naar de zee als naar het land kijkt. Janus – avatar voor dit blog – is wat mij betreft een beeldmerk voor Noordwijk als geheel. Er mag wat mij betreft alles gebeuren met dat hele Vuurtorenplein: patattent weg, Delfts Blauw weg, strandscheppen weg , hangjongeren weg en – voor mijn part – vuurtoren weg. Maar Janus moet blijven.
 
Voor altijd.