Het werd ‘een gesticht’ genoemd en tegenwoordig klinkt dat toch vreemd in de oren. Een bejaardentehuis heet tegenwoordig een “zorgcentrum” of een “verzorgingstehuis”. Maar dat klopt niet helemaal: een verzorgingshuis is tegenwoordig wat anders dan een bejaardentehuis. Ik geloof dat je – als je ook maar een béétje hulpbehoevend bent – helemaal niet meer een bejaardentehuis binnenkomt. Of – als het nog erger is – ook geen verzorgingstehuis meer. Ik kende een oudere dame die alleen was – kind noch kraai – en niet meer thuis kon wonen: zij werd bij gebrek aan plek simpelweg opgeborgen op de gesloten afdeling van de psychiatrische inrichting in Vogelzang. Vastgebonden op bed en al. Geen omkijken naar.
 
Een ‘gesticht’ was volgens mij alles in één: bejaardentehuis, verzorgingstehuis, ziekenhuis én psychiatrische inrichting. Je kon er gemakkelijk inkomen en je hoefde er nooit meer uit (tenzij keurig opgeborgen tussen zes planken). Zo’n gesticht was ook het oude Sint Jeroen. Het gebouw zelf (dat ‘leefde’ van 1914 tot 1971) is nooit zo groot geworden als op de bijgaande bouwtekening gedacht: de Zusters Franciscanessen, die het Jeroen hadden laten bouwen en het exploiteerden, hadden te weinig geld om het geheel te realiseren. De Rooms-Katholieke bejaarden in Noordwijk moesten het ongeveer met de helft doen.
 
Tegenwoordig heet het Jeroen een ‘woonzorgcentrum’ te zijn. En het is groter dan ooit. Blijkbaar is er vandaag de dag wél genoeg geld te vinden voor een bejaardentehuis. Maar goed, daarmee heb je nog geen ‘gesticht’ en dat is jammer: want een gesticht  is blijkbaar veel (multi-) functioneler.
 
Wat gebeurt er als je ziek en hulpbehoevend wordt in een ‘woonzorgcentrum’?