Het is niet bekend of Prins Hendrik veel met Noordwijk heeft opgehad. Ik betwijfel het. Ik herinner me wat apocriefe verhalen van mijn grootvader, waarin een flink aangeschoten Prins-Gemaal bij café Rietmeijer door opgeschoten vissersmannen de koets ingedragen moest worden. Er is ook een verhaal dat de Prins-Gemaal in Noordwijk-Binnen werd belaagd door oproerkraaiende Noordwijkerhouters. Weinig verheffends allemaal.
Prins Hendrik werd ook een keer wéggestuurd uit Noordwijk, virtueel, want per post. Naar een sjiek adres van een sjieke mevrouw vlakbij het werkpaleis van Zijn Gemalin in Den Haag. Wie deze ‘Fraulin Von Klaassen tot Stredberg’ wel was, mag Joost weten (het is een mengelmoes van Duits en Nederlands, dus ongetwijfeld is er hier in de adressering van alles fout). Maar dat is ook niet relevant.
Relevant is die hele serie postzegels: herdenkingszegels van het Nederlandsche Roode Kruis, dat in 1927 50 jaar bestond en waarvan Hendrik beschermheer was. In de serie ontbreekt één zegel, nota bene de enige waarop Hendrik ooit is afgebeeld. Hare Majesteit de Koningin, noch de president-directeur van de Nederlandsche Posterijen vonden het blijkbaar nodig om Hendrik wat meer postaal eerbetoon te geven. En het is sneu, dat juist die ene zegel dan op deze envelop ontbreekt. Dan héb je eindelijk een zegel en dan wordt-ie niet gebruikt.
Als een postuum eerbetoon aan Hendrik stuur ik hem alsnog met de groeten mee en niet één, maar twáálf keer tegelijk! De brief ging op 6 augustus 1927 in Noordwijk op de post. Nu – 82 jaar later – gaat-ie opnieuw in de bus.
NW 223: Hendrik

