Zo groot ongeveer was het monster: de Budapester tram van de 400-serie van de Noord- en Zuidhollandsche Vervoermaatschappij (NZHVM). Als hij van boven (Noordwijk aan zee) naar beneden (Noordwijk binnen) kwam denderen, blies hij – zodra hij de Zeestraat had bereikt – hele drukgolven voor zich uit. Alles en iedereen moest wijken, argeloze wandelaars, spelende kinderen, maar ook bakkersfietsen en automobielen. Een stoep schoonmaken hielp niet echt, of in ieder geval maar voor even. Dit Gietijzeren Geweld duldde geen enkele tegenspraak, tegenwicht of tegengeluid. Het wás er en het is een godswonder (en deksels jammer) dat ze het ooit weg hebben kunnen krijgen.