
“De Nederlandsche Nationale Kleederdrachten” Het is een oud boekje, verschenen in 1917, maar het was al wel direct gezaghebbend als het ging om Nederlandse klederdrachten (waarschijnlijk omdat die Nederlandse klederdrachten hier voor het eerst integraal en uitputtend behandeld werden). Niet dat er veel over Noordwijk werd onthuld. Auteur Th. Molkenboer constateerde enigszins meewarrig dat ze langs de Zuidhollandse kust maar slordig omgingen met hun eigen erfgoed en veel minder strak in de leer waren dan bijvoorbeeld in Volendam en Marken. Alleen Scheveningen kon er – zuinigjes – enigszins mee door.
Niettemin gingen er toch twee Noordwijkers op de foto. Ze kregen een eigen plaat(s) in het boek van Molkenboer. En Molkenboer gaf en passant nog een paar mooie volzinnen mee aan alle Nederlandsche klederdrachters: “Het is geenszins waar dat die oude kleedij slechts door domme boeren en onbeschaafde buitenlui gedragen wordt uit sleur, omdat ze niet beter weten. Moge dit voor den "stads-mensch" zoo schijnen, de waarheid is anders.”
Of deze: “Voor hen is die kleedij werkelijk mooier en beter dan de "stadskleeding" of de mode. En dit bewijst niet de achterlijkheid van deze menschen, maar het pleit voor hun onbedorvenheid en oprechtheid.”
Dat mochten ook deze twee Noordwijkers gevoeglijk in hun zak steken.
NW 191: Kleederdracht

Kennelijk voelde "den stadsmensch" zich hoog boven die " domme boeren en onbeschaafde Noortukse buitenlui" verheven. Men verwarde eenvoud en bescheidenheid met achterlijkheid. De kleding was gewoon functioneel. er moest op het land gewerkt worden, om de "modieuse stadsmensch" van voedschel en kleeding te voorzien.
adriana van rooien en leendert overzijl vader en moeder van het gasthuis. hij trouwde later met leentje(bas) van duin zijn bijnaam was: de koekebak gr. puck v d zwan
Leuk dat deze twee nu ook een naam hebben. Ik vroeg me al steeds af wie het waren.
Adriana van Rooijen is 64 jaar geworden, en Leendert (Leen) Overzeijl 80,