Toen het katholicisme (wederom) tot Noordwijk aan Zee dreigde door te dringen, besloot men tot het aldaar bouwen van een hulpkerk (meer mocht het niet heten blijkbaar, mijn vader sprak nog lang over de nieuwe parochie als over ‘een missiestatie van Noordwijk-Binnen’).
 
Al in 1939 waren er door architect L. van der Laan uit Oegstgeest plannen gemaakt voor de bouw (zie inzet), maar pas na de oorlog konden die plannen weer worden opgepakt. Dat gebeurde opeens ook strakker en geëmancipeerder: de katholieke Zeeërs kregen nu een ‘zelfstandige parochie’. Zoon Van der Laan ging verder op basis van de nagelaten tekeningen van zijn vader (zie inzet) en toverde uiteindelijk een wat halfbakken kopie van een vroeg-christelijke basiliek te voorschijn, zij het zonder de absis, de halfronde uitbouw achter het altaar die in zo’n basiliek gebruikelijk was.
 
Ik herinner me van later wel dat de achterwand alsnog werd doorgebroken en er een zaal aan werd gebouwd, waarin op warme zondagochtenden in de zomer ook Duitse katholieken mochten aanschuiven. Maar de zaal werd ook al weer snel overbodig door teruglopend kerkbezoek. Ik geloof dat er later nog een tafeltennisvereniging in huisde.
 
De parochie werd “Maria ter Zee” genoemd en ik had daarbij altijd het beeld van de Heilige Moeder die blootsvoets door de Noordwijkse branding liep van de tweede naar de derde zandbank of andersom. Ik had zelf “Stella Maris” mooier gevonden, Sterre der Zee”. Maar dat was een naam die eerder al vergeven was aan Griekse godinnen of aan dieselende kustschepen of misschien wel aan obscure havencafé’s en paste niet bij een zichzelf respecterende katholieke kerk, ook al werd die door sommige katholieken met een zeker dédain ‘missiestatie’ genoemd.