Volgens de overlevering zou Arie Duijndam als kleine jongen het woord ‘lippenstift’ verbasterd hebben tot ‘stippenlift’. Dat werd ‘Stip’ en toen ‘De Stip’. Zo kwam Arie aan zijn bijnaam (‘de Grote Stip’). Maar het zou zijn jongere broer Gerard (‘de Kleine Stip’) zijn, die de bijnaam beroemd zou maken in Noordwijk en omstreken: eerst als excellerende middenvelder van het elftal van de v.v. Noordwijk dat in 1973 algeheel landskampioen bij de amateurs werd en nog in hetzelfde jaar als stichter van bar-bodega “de Stip”.
 
Het zou uitgroeien tot misschien wel het meest populaire café en ook het meest door Noordwijkers beklante café (hoewel er ook Sassenheimers mochten komen). Waarom het ‘bodega’ moest heten (wijnkelder of proeflokaal van wijnen) is mij nooit helemaal helder geworden. Het was toch vooral veel bier wat er over de toog ging).
 
In 1998 bestond “de Stip” 25 jaar en dat werd gevierd met een mooi bierviltje. Maar op 15 februari 2009 ging de stekker eruit. Waarom is mij niet helder. Gerard – de Kleine Stip – Duijndam schijnt nog mooi gesproken te hebben bij die gelegenheid.