Je zag ze vaak op de Noordwijkse stranden, die Noordwijkse vaders. Alleen op zondag, want van maandagochtend vroeg tot zaterdagmiddag moesten ze hard werken ‘op het land’. Lange broek en overhemd met opgestroopte mouwen. Flessen karnemelk in het van 30 meter diep opgepompte ijskoude water. Moeizaam kruipend over de grond, hyacinten rooiend met de hand. Voorover gebogen met een krakende rug, irissen en gladiolen snijdend, waarvan er af en toe ééntje venijnig prikte in hun oog. Ze werden wel bruin, maar alleen in hun gezicht en op hun onderarmen. Verders niet. Wielrennerslijven. Vormloze zwembroeken van traag drogende stof, met de koters wadend door het kimmetje. Morgenochtend weer om zes uur op.