Begin 2010 verschijnt de nieuwe roman van Susan Smit: “Vloed”. Naar verluidt is die roman gebaseerd op Smit’s eigen familiegeschiedenis. Het verhaal speelt in het Noordwijk van 1899. De hoofdpersoon, Adriana van Konijnenburg (overgrootmoeder van Susan?) is een oud-vriendinnetje van Henriëtte Roland Holst (die toen nog Van der Schalk moest heten). Haar vader is hotelier en reder en hij verandert het vissersdorp in een mondaine badplaats door badkoetsjes op het strand te zetten en een badhotel te beginnen. Enfin, het verhaal gaat nog verder en veel Noordwijkers zullen er ongetwijfeld veel van het oude dorp in herkennen. Ik volsta met een fragment:
 

Noordwijk is een wonderlijke naam voor een zo in zichzelf gekeerd dorp. Ten noorden waarvan? Bij Noord hoort een Zuid, maar welk Zuid dan? Het is onwaarschijnlijk dat Noordwijk zich ooit deel van een groter geheel voelden. Haar naam verwees niet naar de landstreek waarin ze besloten lag, maar naar het enige waar haar bewoners uren naar konden loeren en ook nog eens uren over kon praten: de Noordzee. Verder namen ze het bestaan van de hen omringende gronden voor kennisgeving aan. Je kon in die dagen de stoomtram naar het binnenland nemen, je kon binnen een dag heen en weer naar de markt in Leiden lopen om op en beneden de Visbrug de vis te verkopen en je kon op zondag door de duinen naar Noordwijkerhout of Katwijk wandelen, maar eigenlijk had een Noordwijker niets te zoeken buiten zijn dorp.
 
Lees hier wat het ‘oud-vriendinnetje van Adriana van Konijnenburg’ te vertellen had over ‘de vader van Adriana van Konijnenburg’.

Zie ook eerdere blog over Susan Smit en Noordwijk