Als je vroeger je brieven of kaarten niet of onvoldoende frankeerde, verhaalde de PTT de kosten op de geadresseerde. Je kon de poststukken ook terugsturen naar de afzender, maar dit was allemaal net zo gemakkelijk. Een dergelijk poststuk kreeg dan een portzegel opgeplakt door de PTT zelf met daarop een waardeaanduiding van het bedrag waarvoor men in gebreke gebleven was.
 
Frankrijk was in 1859 het eerste land dat portzegels uitgaf. Meestal eenvoudig vormgegeven zegels, want ze hoefden alleen maar een waardeaanduiding te hebben en er zat verders weinig aardigs of moois achter. Postzegelverzamelaars verzamelen ook portzegels. Ook ongestempeld (= postfris). Dat laatste is vreemd, omdat ze niet voor het publiek bedoeld waren. Dat kon er toch niets mee doen. Maar posterijen waren gretig genoeg om ook deze zegels tegen nominale waarde aan verzamelaars te verkopen. Verdienden ze nog wat extra.
 
Dát zou je in bepaalde opzichten nu weer een vorm van overfrankering kunnen noemen