James Catz moet een vermogend man geweest zijn. Hij had een assurantiemakelaarsbedrijf, de Firma James Catz en woonde met zijn gezin – zijn vrouw Louise en hun beide zonen Hans en Theo – aan de Heemraadssingel in Rotterdam. Na het Duitse bombardement van begin mei 1940 op Rotterdam kwam de hele familie naar het buitenhuis in Noordwijk, ‘De Duintop’.

Maar ook daar waren ze op den duur niet veilig en James beraamde een vlucht via Frankrijk en Zwitserland. Hij betaalde er 5000 gulden voor (dat was blijkbaar de prijs voor 2 volwassenen en 2 kinderen). Maar bij de grens van bezet Frankrijk met Vichy Frankrijk werden ze door de Duitsers gearresteerd en afgevoerd naar het doorgangskamp Drancy bij Parijs. Op treintransport naar Dachau op 4 november 1942 wisten de beide zonen door een luchtgat van de veewagon te ontsnappen. De beide ouders werden drie dagen later in Auschwitz vermoord, James was net 54 jaar oud, Louise 48.

Hans en Theo bereikten respectievelijk Zwitserland en Portugal. Hans Catz deed veel later verslag van zijn uitzonderlijke vlucht, die hem door zeven landen voerde, in het boek “Het oog van de naald” (1999)