
Boogiewoogie is een bij uitstek voor piano geschikte muzieksoort, sterker nog: de soort is waarschijnlijk voor piano uitgevonden. Ritmische blues met een strakke linkerhand en mooie bluesloopjes met de wat lossere linker. Nederlands beste vertolker van de boogiewoogie was Rob Hoeke, een Haarlemmer die zich begin jaren zestig als jazzpianist afficheert, maar verderop in de tijd vooral een popidool wordt met nummers als “Margio“, “When people talk“, “Drinking on my bed” en “Down South“. Dan gaat het al niet meer om Rob Hoeke zelf, maar ook om de Rob Hoeke Rhythm & Blues Group die zijn hoogtepunten heeft zo ongeveer tussen 1965 en 1970.
Soms is er ook de Rob Hoeke BoogieWoogie Quartet, waarmee hij het album “Robby’s Saloon’ opnam met onvergetelijke nummers als “Coyote Will”, “Ode to Lucky Luke” en het ontroerende “A Bone for Rataplan” (Hoeke kende zijn klassieken).
Na 1970 raakt Hoeke een beetje achterop, ook al als gevolg van een ongeluk, waarbij hij verschillende vingers verliest (hij voelde zich volgens eigen zeggen ‘niet zo erg meer bij de pinken’). Toch komt hij nog terug, zij het dat hij zich meer en meer weer in het jazzcircuit begeeft. Op 8 augustus 1990 treedt hij op tijdens een JazzFestival in Noordwijk. In Noordwijk lijkt hij te laat te komen of in ieder geval op het verkeerde feest. De show wordt op nogal patriottistisch-Noordwijkse wijze gestolen door de ‘local star’ Pia Beck en het Leidsch Dagblad merkt over het optreden van Rob Hoeke op ‘dat hij de jaren zestig nauwelijks te boven lijkt te zijn gekomen’. En verder: ‘Zijn ‘Boogie’kwartet speelde met een fantasieloosheid waarvan ik dacht dat die met de Britse bluesgroepen was uitgestorven. Met de feestelijke boogiewoogie van oude Amerikaanse grootmeesters had het in elk geval niets te maken.’
In 1999 wordt bij Rob Hoeke kanker geconstateerd. Hij overlijdt in november van dat jaar op 60-jarige leeftijd, maar niet dan nadat hij nog één keer geglorieerd heeft op zijn eigen afscheidsconcert. Samen met andere Nederlandse grootheden als Eelco Gelling, Herman Brood, Harry Muskee, Jan Akkerman en collega-pianisten Erik-Jan Overbeek, Jaap Dekker en Henk Pepping speelde hij nog één keer alle toetsen uit het klavier.
NW 3: Rob Hoeke
