foto De latere Koning Aller Belgen,  Boudewijn, spelend aan het strand van Noordwijk in 1936. Zijn aanspreektitel was ‘Son Altesse Royale’ (zeg maar ‘SAR’), want afgezien van het feit dat Boudewijn ‘hoog’ was en ‘koninklijk’, was hij vooral ook erg Frans. Tenminste, ik herinner me zijn Nederlands als een nogal schools taaltje, waarin hij zich vastklampte aan het juiste idioom en aan de juiste syntaxis, maar waarin hij zich niet erg vrij bewoog.

Hier kon hij nog een beetje ontspannen. Zijn moeder – koningin Astrid – was een jaar eerder verongelukt en hij kroop net weer een beetje uit het diepe dal waar hij in moet hebben gezeten. Maar de oorlog is al nabij, de abdicatie van zijn vader Leopold III komt kort daarna en dan moet hij op 20-jarige leeftijd zelf aan de bak voor een nooit gezocht en vermoeiend koningschap dat duurt tot zijn dood in 1993.