In 1924 werd met de H-NACC, een Fokker F.VII vliegtuig, de eerste intercontinentale vlucht van Schiphol naar Batavia volbracht. Op 13 november 1937, 13 jaar later, werd de 500e vlucht naar Indië verzorgd, ditmaal per Douglas DC-3 (PH-ALT – De Torenvalk).
Zo’n vlucht was voor passagiers en bemanning en ook voor de maatschappij – in dit geval de KLM – een bijzondere gebeurtenis, maar mensen die werkelijk warm liepen voor dit soort vluchten waren philatelisten, postzegelverzamelaars die kansen zagen om de mooist beplakte enveloppen met de mooiste stempels terug te laten keren. Nietszeggende papiertjes die opeens een waarde kregen waarvan het je ging duizelen (nu valt dat laatste tegenwoordig wel weer mee: bijgaande envelop wordt op E-Bay ingezet op een prijs van 6,90).
E. Kwaadgras uit Noordwijk (zijn Franse voorvader zal ‘Malherbe’ geheten hebben, wat toch iets melodieuzer klinkt) was er zo één die een mooie envelop in elkaar fabriekte, daarop de juiste zegels kreeg (de’ driehoek uit Nederland én uit Indië op één envelop!) en het geheel na een scheervlucht langs het (onvergankelijk mooie) postkantoor in Bandoeng weer keurig netjes terug kreeg aan het Kerkhofpad in Noordwijk.
Noordwijkse postbeambten hadden de envelop nog op de elfde van de elfde 1937 onder hun hamerende stempel gehad. Vervolgens kreeg de envelop (aan boord van het vliegtuig zelf?)het erestempel van de vlucht op 13 november. In Bandoeng werden stempels gezet op 19 en 27 november 1937 en op 2 december 1937 was de envelop blijkbaar weer terug in Nederland, want toen kreeg het – op de achterkant – nog een stempel ‘Amsterdam-Centraal Station’. Vermoedelijk had E. Kwaadgras zijn envelop precies binnen 3 weken weer terug.
