De vrouw op de foto is Charlotte Kaletta. Ze was de vriendin van Fritz Pfeffer, die een Joodse achtergrond had en daarom in 1939 de kuierlatten nam van Berlijn naar Amsterdam. Ze hadden in 1939 nog net de tijd om even neer te strijken op het terras van "Im Weissen Rössl", aan de Noordboulevard in Noordwijk, voordat Pfeffer de onderduik inging bij de familie Frank in het Achterhuis in Amsterdam. En voordat "Im Weissen Rössl" door de Duitse bezetter werd afgebroken en vervangen door een heus mijnenveld.
Charlotte had niets te vrezen – zij was katholiek – maar ze onderhield schriftelijk contact met Fritz via Miep Gies, die voortdurend zaken in- en uit het achterhuis smokkelde. Overigens was Pfeffer bij de andere onderduikers niet bijzonder populair en al helemaal niet bij Anne, die hem in haar dagboek ‘Dussel’ (Duits voor ‘Oen’) noemde en ook ‘de zondebok van het Achterhuis’.
Hoe het met de onderduikers afliep is bekend. Ze werden op 4 augustus 1944 na verraad gearresteerd en in eerste instantie naar Westerbork overgebracht. Alleen Otto Frank overleefde alle ontberingen. Fritz Pfeffer overleed op 20 december in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Op 9 april 1953 trouwde Charlotte Kaletta postuum met Fritz Pfeffer, waarbij Otto Frank nog bemiddelde. Maar na het verschijnen van het dagboek van Anne Frank en van de film die daarop was gebaseerd verbrak Charlotte alle banden met het ‘Achterhuis-verleden’ van haar gestorven man. Reden: Fritz Pfeffer werd te negatief afgeschilderd – volgens Charlotte volstrekt ten onrechte – en Otto Frank noch Miep Gies wensten daaraan veel af te doen.
Carlotte Kaletta verdween in de anonimiteit. Ze stierf in 1985 in Amsterdam. Enkele maanden later vond een medewerker van de Anne Frankstichting op het Waterlooplein een koffertje met brieven en foto’s, die aan Charlotte hadden toebehoord. Daaronder bevonden zich foto’s van Fritz Pfeffer, die zo in het Achterhuis terugkeerde, al was het slechts virtueel. In het koffertje ook bijgaande foto van Charlotte in Noordwijk in 1939, toen er nog toekomst was.
met dank aan http://noordwijksevillas.blogspot.com/

Mooi geschreven.
In het boek Bep Voskuijl- Het zwijgen voorbij van Jeroen De Bruyn en Joop van Wijk staat geschreven dat Otto Frank na de oorlog, ook regelmatig in Noordwijk logeerde.
Blz 152: In Nederland verbleef Otto vaak ik een hotel in Noordwijk, niet ver van Amsterdam, waar Bep hem soms met ‘Jopie’ opzocht.
Joop van wijk, de zoon van Bep Voskuijl, was in die tijd tussen de 10 en 14 jaar oud en kan zich de naam van het hotel helaas niet meer herinneren.
http://bepvoskuijl.nl/
Dank! Wist ik niet