fotoJørgen Bech en Ed Maier werden beide in september 1944 gearresteerd in de Leidse Breestraat door Duitse militairen. Maier was in het bezit van een pistool of revolver. Ze waren aangewezen door een verrader. De beide mannen werden overgebracht naar “ Huize Offem” in Noordwijk. Daar werden ze op 26 en 27 september (mogelijk op 27 en 28 september) gefusilleerd door Duitse militairen. Hun verhaal heb ik al eerder verteld.

Na de oorlog schreef de moeder van Jørgen Bech op 14 februari 1946 een ontroerende brief aan de autoriteiten over de aflossing van de studieschuld van haar zoon. Ze stond er helemaal alleen voor en ze had nog 5 kinderen en eigenlijk vond ze – en volkomen terecht – dat aflossing van de schulden door de Staat een passend eerbetoon was aan haar zoon, die in de oorlog gevallen was.

De brief was gericht aan de voorzitter van de Raad van het Verzet van de afdeling Leiden, Cees Piena, die in de oorlog onder de naam ‘Blonde Kees’ een knokploeg had geleid, waarmee Bech en Maier vermoedelijk ook contacten hadden. ‘Blonde Kees’ was werkzaam in het AZL en kon veel onderduikers en verzetsmensen in de kelders van het ziekenhuis een plek bieden.

Van Mejuffrouw Mulder, uit wiens naam ik U moet bedanken voor Uw brief d.d. 26 Januari en die U schreef o.a. over ons bezoek bij Uw vrouw te Leiden, hoorde ik, dat U zich reeds in verbinding hebt gesteld met het Hoofdbestuur van de Stichting 1940/45 en een rapport betreffende mijn verzoek daarheen hebt gezonden. Hoewel het eigenlijk een ereschuld voor mij is, zou ik het toch ook weer als een eer beschouwen, als de Stichting deze schuld van mij overnam, daar hierin de nagedachtenis van mijn onvergetelijken zoon zou worden gesierd. Ik weet zeker dat op deze wijze dan ook in zijn geest gehandeld zou worden, temeer daar de zorg voor mijn grote gezin alleen op mij drukt. Hij was altijd vol zorg over ons gezin en stelde het steeds zeer op prijs, dat ondanks de vele zorgen, wij hem in staat stelden, zijn hartewens – de studie der medicijnen – te kunnen volgen. Hij had zich voorgenomen, de onkosten hieraan verbonden ons later te kunnen terugbetalen, daar er na hem nog vijf waren, die voor studie in aanmerking kwamen. Het is daarom dat ik U dank voor de moeite die U genomen hebt om een en ander voor mij in orde te maken. Moge Uwe pogingen slagen! Ook hoorde ik dat U over het overbrengen van Jørgen en Ed naar het Eregraf te Overveen in bespreking staat met de Voorzitter daarvan. Ook dit zou ik zeer op prijs stellen, indien U dit kon bereiken. Van Mr. Zaaijer, aan wien ik destijds verzocht de zitting te mogen bijwonen, wanneer de zaak van mijn zoon voorkwam, hoorde ik tot nu toe niets. Zou het mogelijk zijn, dat ik pas een uitnodiging kreeg, wanneer de zaak voorkwam? Ik zou het jammer vinden als dit mij ontglipte. Wat dunkt U: zou ik nogmaals schrijven of rustig afwachten? U nogmaals dankend voor alle moeite teken ik met meeste hoogachting, E.A. Bech-Van Kempen.

zie ook mijn recente blog over Ed Maier