fotoDe brief werd op 12 mei 1862 vanuit Leiden verzonden naar de Kantonrechter in Noordwijk. Noordwijk was ten tijde van het Groot-Napoleontische Rijk in 1811 aangewezen als kantonhoofdplaats in het zgn. ‘Departement de la Meuse’ (de Fransen vonden blijkbaar dat in die contreien niet de Rijn, maar de Maas in zee uitmondde).

De kantonrechter had in 1860 net een nieuw pand betrokken aan de Voorstraat in Noordwijk-Binnen (het latere postkantoor) en was eindelijk af van stoffige achterafzaaltjes in het aanpalende ‘Hof van Holland’ en in het wees- annex raadhuis aan de Kerkstraat.

Frans Canter Alta was de aangeschreven kantonrechter, ook wel ‘vredesrechter’ genoemd. Hij was geboren in 1829 in Utrecht, was ook houtvester van beroep en kwam uiteindelijk in Noordwijk terecht. Of dat iets te maken had met zijn ambt of met zijn huwelijk is niet bekend. Hij trouwde in ieder geval met Maria Luzac, mogelijk een nazaat of bloedverwante van Elias Luzac die eerder in Noordwijk zijn sporen wel had verdiend. Ze kregen – in recht en vrede – 3 kinderen.