
De advertentie uit De Rijnbode" van 9 mei 1886 bevat zo ongeveer de volledige lijst van toenmalige Noordwijkse notabelen. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat de enige kiesgerechtigden in 1886 mannelijke personen waren die beschikten over een zekere materiële welstand. Pas bij de grondwetsherziening van 1887 werd dit criterium enigszins verruimd tot ook ‘maatschappelijke welstand’ (je moest iets bijzonders hebben gedaan of doorgeleerd hebben of zo), maar dat was bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten van Zuid-Holland in 1886 nog niet aan de orde.
Kandidaten vanuit de kieskring Leiderdorp (waar Noordwijk blijkbaar onder viel) waren o.a. de oud-burgemeester van Noordwijk jhr. mr. H.A.C. de la Bassecour Caan en de nieuwbakken burgemeester van hetzelfde dorp mr. H. graaf van Limburg Stirum. De Noordwijkse notabelen wilden dat wel weten ook en lobbyden stevig.
Beide heren kwamen dan ook onverwijld in de Staten terecht, eerstgenoemde zou daar uiteindelijk 25 jaar zitting hebben (van 1873 tot 1898). Van Limburg Stiurm had er blijkbaar nog niet genoeg van en kandideerde ook voor de tweede Kamerverkiezingen van hetzelfde jaar, maar daar werd hij jammerlijk verslagen door iemand die nota bene Otto Baron van Wassenaer van Catwijck (!) heette. Je vraagt je of of Van Limburg Stirum ook nog tijd had om Noordwijk te bestieren.
De lijst van steunbetuigers is niettemin indrukwekkend: we herkennen o.a. de kostschoolhouder Dozy, de notaris van der Schalk (vader van Henriëtte Roland Holst), de familie Gevers en landheer J. Everwijn, pensionhouder Gijs van Parijs, J.A. Bientjes, voormalig HBS-docent en directeur van Huis ter Duin, etc, etc, ze zijn allemaal wel eens in dit Blog aan de orde geweest.
Het was een kleine kring van notabelen die bepaalde wie er werd afgevaardigd naar het provinciaal of landsbestuur om daar te regeren over het gepeupel, dat er niks over te zeggen had. Pas in 1922 werd het algemeen kiesrecht ingevoerd in dit land. De Graven, Baronnen en Jonkheren zouden het nog wel een tijdje uithouden op bestuurlijke posten, maar allengs werden het provinciaal én het landsbestuur gelukkig zelf ‘gedemocratiseerd’.
