"Koeren" is een synoniem voor het maken van dierengeluiden, met name van duivengeluiden. Het kan ook nog de meervoudsvorm zijn van ‘koer’ en dan wordt daar een ‘kraai’ mee bedoeld. Maar veel verder dan dat reikt het allemaal niet.
Als je – andersom – het Duitse woord "Kurhaus" dus vertaalt met "Koerhuis" sla je de plank een aardig stukje mis. Een ‘koerhuis’ zou ik – ingevolge bovengeschetste vertalingen – eerder associëren met een duiventil dan met een luxueus hotel aan de kust (ofschoon de jaren-zeventig appartementen ter linker- en ter rechterzijde van het huidige Huis ter Duin wel veel weg hebben van een duiventil of ‘pigeon hole’). Hier wordt – kortom – in de Nederlands-Duitse taalverwantschap een beetje te veel ‘geflauskesseld’.
Een "Kurhaus" was een gelegenheid waar je een kür kon ondergaan – in het Nederlands zeer wel te vertalen met ‘kuur’. ‘Kurhaus’ vertalen met ‘kuurhuis’ past dus eigenlijk beter, ofschoon wij Nederlanders niet zulke taalpuristen zijn en graag buitenlandse woorden, die mooi klinken hartelijk in onze taal opnemen. Het Duitse woord "überhaupt" is ook zo’n mooi woord dat we niet vertalen (laat staan dat we het vertalen met ‘opperhoofd’, zoals een oude klasgenoot van mij dat ooit eens deed).
Maar op deze kaart is het allemaal nog erger dan dat: er wordt ook nog eens stevig gecontamineerd, wat eveneens een doodzonde tegen de taal mag heten. ‘Huis ter Duin’ heette ‘Huis ter Duin’ en niet ‘Koerhuis ter Duin’ of voor mijn part "Kurhaus auf’m Düne" of zoiets.
Wat hier had moeten staan was dus ‘Kurhaus Huis ter Duin’ of ‘Kuurhuis Huis ter Duin’. Niks anders dan dat. Maar goed, het was 1906, Noordwijkers kropen nog nat achter de oren net uit hun duindelletje omhoog, ze waren nog niet zo gewend aan een neologisme als ‘Kurhaus’ en ze wisten wel wat ‘koeren’, maar niet wat ‘küren’ was.
De Restjes 120: Koerhuis

De naam Koerhuis heeft m.i. genealogisch niets met duivengeluid (koeren) van doen. Ze komt van het woord Coeren, een oud Nederlands woord voor uitkijken of ver kijken (misschien zelfs van het griekse γυροϛ, wat te maken heeft met gebukt zitten) Rond 1520 stond er een Koerhuis of Kuerhuis even buiten Deventer bij de Dortse Beek. Het buitenhuis is vanouds gebouwd en heeft gediend als een Wachthuis. Dat was bedoeld om een stadsweide tegen onraad te beschermen en de stad te waarschuwen. Er was altijd iemand aanwezig. In geval van nood werd die wachter bijgestaan door 5 of 6 hulpwachters. Overdag werd er gewaarschuwd met een mand die op en neer werd gelaten; s nachts gebeurde dat met een vuur op de tinne van de wachttoren. In 1521 hebben de Geldersen het Koerhuis overweldigd en de bewoners gedood.
De plaatsnaam Gorssel zou kunnen komen van Coerslo, een plaats waar een koer- of wachthuis stond. In het wapen van de gemeente Gorssel staat ook een wachttoren (koerhuis) afgebeeld.
Variaties zijn o.a. Koertshuis, Kuijerhuis, Coers, van der Koer, Koerman, Koorman, Kurmann, Koerbelt, Korbelt, Koerkamp.
@ Leo Koerhuis: Interessante genealogische analyse. Dank, het is mooi als de ene beschouwing een andere oproept en zo hoort dat eigenlijk ook met al dat geblog. In dit geval vrees ik dat het woord ‘koerhuis’ een wat al te gemakkelijke vertaling is uit het Duits. Het is een germanisme pur sang, van hier tot gunder en van de bovenste plank.