Het is Hotel Noordzee nog in al zijn glorie, het kunstwerk van de architect H.J.Jesse van rond 1910. Alleen het achthoekige ‘ torentje’ staat er nu nog, de rest van het gebouw is slecht opgepimpt en in ieder geval als kunstwerk volstrekt teloor gegaan. Het terras is nog typisch een hotelterras: tafeltjes netjes gerangschikt op een eigenlijk te groot oppervlakte, niet-uitnodigend naar de voorbij flanerende burgerij, maar daarvoor was het ook niet bedoeld. Hier kwam je uitsluitend als je gast was.
De prachtige auto’s rijden niet, maar ‘ schrijden’. ze kregen een voorname parkeerplaats op een gereserveerd stukje in het helmgras. Auto’s waren nog voorname dingen, nog niet weggehoond van ’s heeren wegen. De paaltjes langs het helmgras lijken gloednieuw en dat geldt ook voor het trappetje naar het strand. Bij dat huisje, aan het einde van de trap stond de badman je al op te wachten met een vriendelijke groet.
Achter de rij hotels aan de boulebard was het stedebouwkundig een ongekende rotzooi, maar dat zag gelukkig niemand.

achter,de koepel,zie je een platdak,dat is de garage van noordzee hotel,links daarvan zie je een puntdak,is het vissershuisje,was van mn opa,sinds1954,woonde wedaar,naast ons woonde tante anje duindam,noordzeestraat 15 en17.
De noordzee garage herinner ik mij nog.Palace had ook zo’n garage (Teun Heeren?).
Is nu de bouwput achter het prominent hotel.