Hoe groot de rotzooi achter de boulevard – in planologische zin – was, blijkt uit deze uitsnede. Een doorlopende straat eindigde in een dwars daarop gebouwde gevelrij, een schuur of ander onding. Alles stond schots en sacheef. Er liep niks recht en relatief veel grond bleef ongebruikt, of althans werd niet efficient benut. Hier móést men wel verdwalen.
Als kleine jongen – uit Noordwijk Binnen – overkwam me dat ook als ik – in opdracht van mijn moeder – ergens in deze chaos bij een vissersman die ik nauwelijks kon verstaan, verse garnalen (‘garnt’) moest halen. Ik kwam wel weer terug ‘op Binnen’ , maar de garnt was allang niet meer vers.

dat,2e huisjevoorgrond,met puntdak,ben ik geboren,1949,mn,vader ontsnapte in de oorlog,aan de duitsers in dat huis,door een draaibare trap,die uitkwam in de schuur,en via een hek bij het butterhoofdje,bv letta,en toen ondergedoken in duinrel,en va,47,weer lekker verdiend,aan de oosterburen,het kan verkeren.het huisje stond nic.barnhoornweg 25.Reactie is geredigeerd
@Klaas. Bedankt, moest even kijken,maar kan de foto plaatsen. Zat aannemenr van Duijn toen ook al daar aan de nic. barnoornweg?