Het is dezer dagen precies 30 jaar geleden dat het Palace Hotel aan de Noord-Boulevard in Noordwijk afbrandde. Het gebeurde in de nacht van 9 op 10 december 1978 en dit zijn ongeveer de laatste beelden die van het hotel genomen werden. Daarna restte slechts – tot op de dag van vandaag – ‘Het Gat van Palace", in vele opzichten (zowel letterlijk als figuurlijk) een ‘zwart gat’.
De Restjes 80a: Palace

ze,zijn in noordwijk,nog steeds op zoek,naar films uit die periode,van de palacebrand,wie heeft iets,op de plank liggen.!
Heb wel de sloop gezien. Wat een gigantische dikke muren waren het.
Eeuwig zondig dat Hese het heeft herbouwd. Schijnt dat ie later spijt heeft gehad dat ie heeft afgebroken. Het is hem niet gelukt om iets nieuw te bouwen.
Wat was de oorzaak ook al weer?
Spotjes op de zolder boven de miramar?
Ik weet het niet meer.Reactie is geredigeerd
Het is inderdaad in de nacht van 9 op 10 december geweest. 1978 was het eerste seizoen dat mijn vrouw en ik “Rob’s Eethuis” hadden. Tot Mei van dat jaar hadden we de oude naam nog op de gevel: “Leen’s Eethuis”, bij Noordwijkers ouder dan 50 nog wel bekend onder die naam, maar Leen werkte zelf bij Van Hese aan de overkant in snackbar Atlantis en die wilde dat niet meer hebben dus heb ik mijn eigen naam er op gezet. Maar we verkochten wel tot diep in de nacht broodjes Vlam, en ook dat was tegen het zere been van Leen. Dat is echter een ander verhaal waar ik nog welleris op terug zal komen, in ieder geval waren we ook die zaterdagavond open geweest tot 1 uur, in de winter was de sluitingstijd een uur vroeger dan ’s zomers. Het was erg rustig geweest die avond, het vroor een graad of 4 en de kou hield de mensen binnen. We waren al snel klaar met de schoonmaak dus om 2 uur gingen we naar boven. Daar woonden we toen, we hadden de slaapkamer op het zoldertje. We gingen net naar bed om kwart voor drie toen we buiten een hoop knallen hoorden, en we mopperden al op de jeugd die vuurwerk aan het afsteken was, maar dit klonk toch anders. We deden het gordijn open en zagen onmiddellijk dat het dak van Palace in brand stond, het gedeelte aan de achterkant van het hoofdgebouw wat boven de keuken grensde. Het was al een uitslaande brand! Het eerste wat ik deed de brandweer bellen, ik was de tweede die het meldde, en daar waren ze blij om, ze wisten niet zeker of de eerste melding wel serieus was maar die was van 1 minuut eerder.
We hebben ons onmiddellijk aangekleed, hebben vaders en moeders van weerskanten gebeld, en de belangrijkste zaken klaargelegd voor een eventuele evacuatie. Dat klinkt misschien overdreven, maar het zag er heftig uit en er was nog niet eens politie! Dat duurde niet zo lang, binnen no time was er zat volk op de poot met al die sirenes midden in de nacht. Toen de brandweer kwam en begon te spuiten bleek dat ze geen druk genoeg hadden om tot boven aan het dak te komen, en intussen breidde het vuur zich uit tot het hoge middengedeelte, en het was best een akelig gezicht om te zien dat het zich niet tegen liet houden omdat er geen bluswater bij kwam. Intussen was mijn halve familie gearriveerd, en die zaten allemaal beneden in de zaak, allemaal gebiologeerd naar buiten te kijken terwijl Jan en alleman ook naar binnen wilde: die dachten dat ik de zaak gewoon weer had opengedaan!
Nu was ik in die tijd verwoed super-8 filmer, en ik zag meteen al het belang dat er lag van een opname. Ik had helaas geen Ektachrome op voorraad, alleen 2 cassettes Kodachrome 40 en dat is veel minder gevoelig. Desalniettemin ben ik toch gaan opnemen, en ik ben er zeker van dat ik de eerste ben die bewegende beelden schoot van deze memorabele brand. Allicht was alles onderbelicht, maar toch zijn het herkenbare beelden geworden. Toen mijn twee rolletjes vol waren ben ik terug naar mijn zaak gegaan, waar ik hoorde dat er intussen een verslaggever van de NOS was geweest die naar mij op zoek scheen. Ik heb de man niet meer gezien en ik kreeg er ook geen tijd meer voor, want tijdens mijn afwezigheid was mijn winkeltje volgelopen met een bont gezelschap, en mijn zwager Koos de Ruijter stond bij de deur te selecteren wie er naar binnen mocht. Ik trof burgemeester Bonnike aan die in gesprek was met hr. Van Hese die in tranen was, de accountant van Hese, Henk Slobbe, commandanten van de brandweren uit Katwijk, Noordwijkerhout en Leiden en nog zeker 10 mensen die ik niet kende. De brand bleek intussen opgeschaald naar ‘zeer grote uitslaande brand’ , omdat er geen waterdruk genoeg was had men personeel van de Waterkelder aan de Nieuwe Zeeweg wakker gebeld en bevolen de druk te verhogen. Want nog steeds breidde de brand zich uit, intussen ook tot in het dak dat uitkeek op het Palaceplein. Naarmate de tijd vorderde ging het ernaar uit zien dat het een heel lange nacht zou worden, en er kwamen steeds meer brandweerkorpsen opdraven. Ik kreeg van de burgemeester opdracht om alle spuitgasten en dienders van koffie en een warme hap te voorzien, het was immers stevig onder nul en de eerste lichting van Brandweer Noordwijk was al een behoorlijke poos in touw.
Dat betekende dat ik me niet langer met het buitengebeuren kon bezighouden, bij gemeentelijk bevel werd mijn winkeltje ineens tot brood-en-zopietent omgetoverd en kwamen er steeds roeden van 8 zwart of blauw geuniformeerde heren ontdooien met koffie en broodjes kroket.
Toen er eenmaal voldoende water voorhanden was, was het eigenlijk al veel te laat om nog gepast op te kunnen treden, en er werden zulke ongelooflijke hoeveelheden bluswater naar binnen gespoten dat het beneden de deuren uit kwam lopen. Gevaar voor overslag naar belendende percelen was er toen niet meer, alleen zakten de restanten van het dak steeds verder brandend in, en tegen zevenen ’s ochtends hoorde ik dat men de brand meester was. Misschien was dat al eerder, maar toen hoorde ik het pas. Er kwam weinig van om nog naar bed te gaan, het was een enorme smeerboel in mijn winkeltje tegen de tijd dat iedereen er uit was, en we zijn nog tot half negen bezig geweest om de boel aan de kant te krijgen.
Het was de heftigste nacht die ik daar in 36 jaar heb meegemaakt!
O ja, die films. Het duurde in die tijd minstens een week tot 10 dagen voordat je je films terug had van de ontwikkelcentrale, en ik kon ze pas ’s maandags bij Lex wegbrengen en meteen nieuwe kopen. Het hele vervolg van de brand heb ik in de loop van de weken daarna vastgelegd, en toen de vorst nog veel harder toesloeg raakte het gebouw reddeloos verloren. Eerst door de brand- en waterschade, daarna omdat alle water- en verwarmingsleidingen kapot vroren, om nog te zwijgen over het vocht in de muren. Weinig mensen weten meer dat het tijdens de jaarwisseling 14 graden onder nul was en dat er in 1979 bijna een elfstedentocht zou worden verreden.
Intussen groeide mijn super-8 verslag. Bij de brandweer wist men dat ik er een film van had (uiteraard) en ik kreeg het verzoek die te vertonen in de brandweerkazerne in de Bronckhorstsraat. Dat heb ik ook gedaan, en dat is de enige keer geweest dat anderen de beelden gezien hebben, behalve de familie Van Hese. Ten behoeve van de verzekering was er bewijs nodig van het verloop van de brand. Omdat ik al heel snel was begonnen te filmen kon daarmee worden aangetoond waar het vuur (ongeveer) was begonnen en kon worden uitgesloten dat er opzet in het spel was: er gingen in die tijd geruchten dat het op twee plaatsen was begonnen.
Omdat ik mijn film niet wilde afstaan heb ik er een kopie van laten maken bij een filmlaboratorium. Die kopie ligt waarschijnlijk bij een verzekeraar ergens te verstoffen op een plank. Feit is dat het gebouw reddeloos was, ondanks dat er aanvankelijk nog wel degelijk plannen waren voor herstel. Daarvan getuigen de opnamen die ik later maakte. Ook het verdere verval en de sloop heb ik gefilmd, daaronder spectaculaire beelden (met geluid!) van het omvallen van de metershoge schoorsteen wat zowat een catastrofe op de Parallelboulevard veroorzaakte.
Aangezien het dezer dagen exact 36 jaar geleden is zal ik ten lange leste het verslag maar eens op video zetten en uploaden naar YouTube. Wellicht dat het voor de Noordwijkse Verslaggeving zo zachiesaan welderis tijd wordt…
Als het zover is meld ik me daarmee!
Mooi ooggetuigenverhaal van een voor Noordwijk dramatische nacht.Ik kreeg eerder een bericht van iemand die toen in Rob’s Eethuis aanwezig was, diezelfde avond. Dat was jij denk ik niet? Zie https://hetnoordwijkblog.wordpress.com/2011/06/06/nw412-leen/
Dat is goud, Rob! Razend benieuwd
Ik heb dat bewuste blog teruggezocht, en het klopt helemaal. Dat verhaal werd aangeleverd door Berend Tooms. Oudste zoon van mevrouw Tooms die enige jaren achter elkaar de beste oliebollen van Noordwijk bakte, nog niet zo lang geleden. Berend werkte al in Leen’s Eethuis toen ik die zaak van Van Hese kocht. Het is een misverstand dat ik pand en zaak van Leen kocht, want Leen had het in mei ’76 aan Van Hese verkocht. Naar verluidt wist Van Hese Leen te overtuigen om Leen’s Eethuis aan hem te verkopen tijdens een ‘gezellige avond’ in de Miramar. Leen dronk niet, dat was algemeen bekend. Klaarblijkelijk heeft Nico van Hese Leen weten te ‘overtuigen’ dat het voor de toekomst beter was om de zaak te verkopen, dan had Leen meer garantie op een onbezorgde oude dag. Uiteindelijk was het al eerder gebeurd dat Leen zijn zaak had moeten redden nadat een zekere Bob van V. als pachter er een financieel rommeltje van had gemaakt. Zo werd Leen werknemer van Van Hese in zijn eigen zaak. Dat duurde echter maar kort, want niet veel later werd Bistro Fondue omgebouwd tot snackbar Atlantis, en Van Hese verordonneerde Leen tot bedrijfsleider daarvan, en in Leen’s Eethuis kwam de jonge Ruud Witteman als scepterzwaaier. Dit alles was niet wat Leen in gedachten had gehad, maar hij had weinig keus.
Wat er vervolgens met de omzet van het eethuis gebeurde laat zich raden, en voor Van Hese was dat reden om er ‘afscheid van te nemen’ wanneer zich een gepaste gelegenheid voordeed. En dat gebeurde eind ’77. Na mijn studie aan de lerarenopleiding was ik er al snel achter dat mijn toekomst niet in het klaslokaal lag, en gebaseerd op de jarenlange ervaring, opgedaan in mijn vaders bedrijf zag ik meer brood in een bestaan als zelfstandige. Daarmee had ik meteen een doorslaggevend argument om vrijgesteld te worden van militaire dienst.
Ik kocht Leen’s Eethuis van Van Hese en we openden de zaak op 3 maart 1978.
Van het personeel dat er al had gewerkt nam ik twee jongens over, waaronder Berend Tooms. Hij zat nog op school en werkte in de weekeinds bij me, in de zomer natuurlijk voltijds, maar na het seizoen schakelden we weer terug naar de zaterdagavond en zondagmiddag. En zo kwam het dat hij er ook bij was toen ik familie en kennissen alarmeerde dat Palace in brand stond. Dat hij snel kwam was een goede zaak, ik noemde al eerder de drukte die een poosje later ontstond!
Berend heeft bij me gewerkt tot hij van school kwam, daarna is hij in Leiden gaan werken. Maar zijn verhaal van de tijd voordat de zaak van mij was kende ik natuurlijk wel. Ik heb nog een stukje film waarop hij een broodje Vlam maakt – het vuur kwam tot een meter hoog! Dat zou wel wat voor dit blog wezen, want ook dat is intussen geschiedenis…
Alles kan in dit blog, ook je prachtverhalen over Leen en De Brand en de Broodjes Vlam