foto  Onder het motto "Noordzee – Springtij" belooft de Volkskrant voor de editie van morgen veel aandacht voor ‘de Noordzee’ en alles wat daarmee samenhangt. In de aanloop daarnaar toe stond er gisteren al een mooi artikel van Wieteke van Zeil over zeegezichten in de schilderkunst. Smaakt naar meer. Vandaag stond er een gedicht van Esther Naomi Perquin ("Het Hoofd Boven Water") op de achterkant van Cicero. Smaakt wat mij betreft naar iets minder.

In BLOGNoordwijk speelt de Noordzee vaak een grote rol ,niet gek als je het hebt over een dorp dat vrijwel altijd van die zee afhankelijk is geweest (zij het dat de bollenboeren in Noordwijk-Binnen het brakke water altijd verafschuwd hebben). Ik heb in de colophon hiernaast enkele regels van Martinus Nijhoff over Henriëtte Roland Holst geciteerd die hopelijk ook af en toe doorklinken in sommige van mijn ‘blogjes’: "Er is, in al haar gedichten, de stem van de zee; er zijn de stuivende lijnen van duinenrijen en wolken in haar ritmen."

Benieuwd dus naar de dag van morgen. Voorlopig schuif ik het gedicht van Perquin maar even terzijde. Het is niet erg geïnspireerd, vind ik. Misschien dat het nog eens opduikt in een nieuwe editie van Vic van der Reyt’s "Ik wou dat ik twee hondjes was", maar meer kan ik er niet bij voelen. Wel bij de strofen die gisteren werden geciteerd door Van Zeil uit het prozagedicht Binnenzee’ van Maria Barnas:

what can i say we gaan naar zee
en bij zee ben ik hem vergeten
dan zwem ik alleen
een paar slagen in het water
en is hij herinnering voor later

Ook die regels komen in de colophon hiernaast.