Aletta Henriëtta Jacobs (1854-1929) was een Nederlandse arts en feministe, bovenal dat laatste. Ze maakte zich al vroeg sterk voor het recht op hoger onderwijs voor vrouwen en ze dwong zo ongeveer rechtstreeks bij Thorbecke (nog op diens sterfbed) het recht af om überhaupt examens af te mogen leggen. In 1877 en 1878 legde ze met succes haar artsexamen af en werd daarmee de eerste vrouwelijke arts in Nederland. Na haar emancipatiestrijd op de universiteit streed ze ook actief voor vrouwenkiesrecht.
In haar strijd voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen moest Aletta Jacobs vele zware hindernissen en weerstanden overwinnen. En soms ook arrogante haantjes die niks van vrouwenemancipatie weten wilden. Onder hen de Grote Noordwijker Albert Verwey – ik noteer het postuum met gevoelens van schaamte – die, genood aan de dis bij Frederik van Eeden waarbij ook Aletta Jacobs uitgenodigd was, aan zijn vrouw Kitty van Vloten het volgende schreef:
‘Maar Kitty, dat is vreeselijk, dat is onverdragelijk, dat overstijgt het perk en peil van de rekbaarheid van menschelijke verdraagzaamheids-zenuwen. Juffrouw Jacobs komt mee dineren, Dr begrijp-ie, Dokter. Dat is de zich in wanhoopsnevelen verliezende top van den berg dezer aardsche verdrietelijkheid, dat is het uiterste, saamkrimpende ringetje van den draaikolk van Van Eedensche dinerrampen (-) dat is de vriendin van zieken, die niet hoort bij gezonde menschen. (-) Ik heb al het land aan Emants, aan den Heer Emants, maar nu de ge-Emants-ipeerde Vrouw ook nog.’

Vandaag staat haar spreekkamer op mijn blog.