Het Noordwijkse kantongerecht werd in 1877 opgeheven (er zou het postkantoor komen). De rechter hield tot dan toe altijd zitting in een prachtig gebouw aan de Voorstraat dat in 1860 als zodanig was neergezet en tevens diende als Huis van Bewaring. Tot 1860 moest de rechter het doen met een wat armoeiig kamertje in het toenmalige gemeentehuis dat hem (het zal in die tijd wel een ‘hem’ geweest zijn) door de eveneens toenmalige burgemeester Stakman Bosse – beleefd aanbevelend – in 1844 ter beschikking was gesteld. En dáárvoor moest-ie het doen in de gelagkamer van het etablissement ‘Hof van Holland’.
Dáár kreeg hij in 1815 bijgaand schrijven van ‘de president van het bestuur van Katwijk'(?) en hij werd als rechter aangesproken als "President van het Melitia Canton Noordwijk’. Ik lees dat als de militaire tak van het kantongerecht. Kantonrechters moesten van alle markten thuis zijn, toentertijd blijkbaar ook van het militaire tuchtrecht (naast het strafrecht en het civielrecht). Manusjes van alles en kleine alleenheersers tegelijk.
Ik weet niet wat er in de brief stond. Gek genoeg zat er geen postzegel op, maar ik begrijp dat in die tijd de ontvanger altijd betaalde voor de bezorging. Gek genoeg ging de brief ook nog van Katwijk naar Noordwijk via ‘Leyde’. Misschien was er nog geen postkoets- of trekschuitverbinding tussen beide plaatsen. Dat hoefde misschien ook wel niet: Noordwijkers en Katwijkers kwamen elkaar alleen maar op zee tegen. Of voor het ‘canton’ in "Hof van Holland".
