foto

In de NRC van 24 juli 1928 kom ik een wat lauwe recensie tegen van “Noordwijk in de loop der eeuwen”, het levenswerk van bakker Kloos uit de Douzastraat. De recensent prijst Kloos vanwege de geestdrift en de noeste vlijt die hij aan de dag heeft gelegd en hij moet toegeven dat het leven in een kleine plaats door de eeuwen heen toch ook even goed een stuk van het algemeene leven weerspiegelt als dat van groote gemeenten. Hij noemt het een boek dat er wezen mag omdat het een model van geschiedbeschrijving in het klein kan heeten.

Maar ja, dan schrijft hij ook andere dingen: hij laat de grote Blok aan het woord, plaatsgenoot van de auteur, die spreekt over een aardig boek en komt vervolgens niet verder dan onbuigbare energie en algeheele toewijding. Dan heeft de recensent zelf al de vraag opgeworpen of het noodig was zich zoozeer te verdiepen in de geschiedenis van een gemeente, welke thans niet meer dan 9000 zielen telt. En verder is het boek een beetje verbrokkeld en zijn er teveel kleine onderhoofdstukken. Kortom, het is allemaal het een en het ander, het is zus en zo, half vol en half leeg, jut en jeul.

Kloos zal het krantenstukje wel gelezen hebben en er vervolgens onverstoord zijn oven mee hebben aangemaakt om zoetere broodjes te bakken dan de wat arrogant schrijvende recensent. En ik denk, daar zit ik dan met dit BLOGNoordwijk: geestdrift, noeste vlijt, een Blog dat er wezen mag, een model van geschiedschrijving in het klein, onbuigbare energie, algehele toewijding, een aardig Blog, verbrokkeld en teveel kleine onderhoofdstukken.

En ook: Is het nodig je zozeer te verdiepen in de geschiedenis van een gemeente, welke thans niet meer dan 25.000 zielen telt?