Eén van de beste vrienden van Albert Verwey was de symbolistische Duitse dichter Stefan George. In Mijn verhouding tot Stefan George meldde Verwey over zijn kennismaking met George dat hij toen – aan het eind van de 19e eeuw – op zoek was naar een dichterlijke beweging elders die net als de Beweging van Tachtig nieuwe wegen was ingeslagen. In Leiden kreeg hij bij toeval enkele afleveringen onder ogen van “Die Blätter für die Kunst”, onder redactie van Stefan George uitgegeven in Wenen. Verwey draalde niet, schreef aan de uigever van “Die Blätter” een briefje, besprak het werk van George en nodigde hem uit om naar Noordwijk te komen. Stefan George op zijn beurt draalde evenmin en kwam met gezwinde spoed en de stoomtram naar Noordwijk.
Het zou de ontwikkeling zijn van een diepe vriendschap die overigens niet zou duren. Naar verluidt konden beide heren het op enigerlei moment niet eens worden over de ware ontstaansgeschiedenis van de Eerste Wereldoorlog en kwam het daardoor tot enige afstand tussen hen. Maar ja, dergelijk soort van discussies tussen een Duitser en een niet-Duitser leveren in het algemeen weinig compromissen op. Niettemin meldde een kenner van het werk van Stefan George nog kort voor diens dood in Minusio, Zwitserland in 1933: ‘Noch in Minusio hat George von Verwey als von einem gesprochen, von dem man zwar getrennt, der aber Freund geblieben ist.’
Waarschijnlijk van hun eerste ontmoeting in Noordwijk aan Zee in 1901 dateert bijgaand dubbelportret van Verwey en George van de hand van Jan Toorop. Het is een ets, door Toorop een beetje bijgetekend met potlood en inkt.
Mea Verwey redigeerde later de briefwisseling tussen beide heren: Albert Verwey en Stefan George. De documenten van hun vriendschap (Amsterdam Polak & Van Gennep 1965). Menno Ter Braak stelde de kinderachtigheid aan de kaak van de kringen rondom Stefan George en zijn “Blätter”, een kinderachtigheid waarop ook Albert Verwey zichzelf wel eens moest betrappen.

