Het "Tuinbouw-Etablissement" adverteerde door heel Nederland, dus ook in de Zalt-Bommelsche Krant van 31 oktober 1906. De naamgeving "Huis ter Duin" lijkt me wat al te ambitieus voor een tuincentrum, tenzij het hier een dochteronderneming betrof van het Grand Hotel, wat ik niet uitsluit.
Men adverteerde met "Haarlemmer Bloembollen", alsof het een pendant betrof van de toen populaire "Haarlemmer Olie", maar bij mijn weten heeft er in de geestgronden van Haarlem nooit één tulp gebloeid. Er was een bollenbeurs in Haarlem, dat wel, maar de producten zelf kwamen uit de Bollenstreek ten zuiden van die stad en niet uit de stad zelf. Net zo goed als dat tulpen niet afkomstig zijn uit Amsterdam, zoals de welbekende songtekst van Herman – WieVanDeDrie – Emmink ons wil doen geloven.
Dat Emmink de tulp niettemin tóch in Amsterdam situeerde had een speciale reden die ooit door wijlen-Wim Klinkenberg uit de doeken werd gedaan: volgens hem kwamen de tulpen uit Sassenheim, maar dat gegeven was een beetje pijnlijk tegenover onze Duitse nabuur, die het liedje graag meegalmde. Want ‘Sassenheim’ was eigenlijk een samentrekking van "SA, SS en Heim", en je hoefde de nabuur toch niet eeuwig te confronteren met deze relicten uit die schwarze Vergangenheit, was Klinkenberg stelling.
"Tuinbouw-Etablissement Huis ter Duin" hoefde met dat soort van sentimenten geen rekening te houden, want SA én SS waren nog niet uitgevonden en dat ‘Heim’ van de Duitsers kon geen kwaad. Des te mysterieuzer om te spreken van "Haarlemmer Bloembollen", waar "Noordwijker Bloembollen"toch meer passend – en volgens mij ook meer wervend was geweest.
