Minder bekend dan de reguliere Duitse Zeppelins zijn de Britse luchtschepen, waarvan er één, de R33, geschiedenis zou schrijven. De Britse luchtschepen werden al in de Eerste Wereldoorlog gebouwd voor de Britse marine, maar ze werden pas na het eind van die oorlog operationeel. Ze waren gebaseerd op een tijdens de oorlog veroverde Duitse Zeppelin (de L33). De R33 was het ‘vlaggenschip’. Het was gestationeerd op de basis in Pulham Market in Norfolk en kreeg vanwege zijn vormen en locatie de wat oneerbiedige bijnaam ‘The Pulham Pig" .
De R33 vloog voor het eerst op 6 maart 1919 en maakte dat jaar nog 23 vluchten. In 1920 werd het ‘ gedemilitariseerd’ en als een waar proefkonijn overgeleverd aan allerlei testen voor burgerlijke doeleinden: van het in de lucht lanceren van kleine vliegtuigjes tot het inspecteren van verkeersstromen. Maar in 1921 – na het verscheiden van haar zusterschip de R38 ging de R33 in de mottenballenen daar in 1925 weer uitgehaald. Opnieuw begonnen de knutselaars met allerlei experimenten, het trotse luchtschip eigenlijk onwaardig.
In de nacht van 16 op 17 april 1925 gebeurde het: de R33 sloeg de R33 los van haar ankers in Pulham en verdween met de hevige wind de Noordzee op. Achterna gezeten door een hele Britse vloot van marineschepen en reddingsboten, maar toch voor even onvindbaar, dook het schip ’s morgens om 7 uur op aan de Nederlandse kust. The Times van 18 april 1925 deed vanuit Noordwijk opgewonden verslag.
Net zo opgewonden als de halve bevolking van Noordwijk, waarvan sommige – blijkens het bericht in The Times – al weer druk in de weer gingen met Bed and Breakfast (ook al heette dat in Noordwijk toen al wel ‘Zimmer mit Frühstück’). De Britten aan boord van de R33 hadden helemaal geen trek in een continental breakfast en wisten met hun gehavende schip en een armoedig kompas toch weer koers te zetten naar Engeland, waar ze ’s middags in Pulham konden aanmeren. De bemanning werd daar opgewacht door Koning George V Himself om maar aan te geven hoe opgewonden ook de Engelsen waren over dit vreemde avontuur.
In 1928 was het over voor de R33: er was metaalmoeheid in het schip geconstateerd en het werd afgelegd en gesloopt. Alleen een gedeelte van de stuurhut is bewaard gebleven en tentoongesteld in het RAF Museum in Hendon.
