Katherine Dreier (1877-1952) was van rijke komaf en dat stelde haar in staat om haar leven zo ongeveer in dienst te stellen van de moderne kunst. Ze was in de Verenigde Staten dé voorvechtster van de Europese avant-garde die ze had leren kennen op één van haar vele reizen naar Europa. Samen met Man Ray en Marcel Duchamp stichtte ze in New York het eerste museum voor moderne kunst, de "Societé Anonyme". Ze wist aanvankelijk niet dat dat ‘Naamloze Vennootschap’ betekende en plaatste er doodgemoedereerd "Inc" achter, wat precies hetzelfde betekende (zoiets als : "de NV Naamloze Vennootschap"). De Societé Anonyme zou nog vóór de Tweede Wereldoorlog voorbij worden gestreefd door het Museum of Modern Art (MoMa), hoewel sommigen beweren dat de collectie in wezen gebaseerd was op wat al in de Societé Anonyme was samengebracht.
Katherine Dreier liet Amerika op die manier kennis maken met het kubisme, het constructivisme, expressionisme, futurisme en dadaïsme. Ze introduceerde kunstenaars als Man Ray, Marcel Duchamp, Kandinsky Klee, Schwitters en Leger in New York. Ze was gek op Mondriaan en in Parijs ging ze graag langs bij Gertrude Stein en Picasso.
Haar maecenas-achtige activiteiten en onstuitbare verzameldrift verdreven haar eigen talent en ambities in de schilderkunst naar de achtergrond, hoewel dat volgens sommigen uitermate betreurenswaardig was. Ze had aan het begin van de vorige eeuw een aantal tentoonstellingen in Londen, Frankfurt en München en in 1913 een eigen tentoonstelling in New York in de Macbeth Galleries.
Daar hing ook haar doek "The Avenue: Nordwijk-Binnen". In de New York Times van 19 oktober 1913 wordt er in lovende woorden gewag van gemaakt. Ik heb me al drie slagen in de rondte gezocht naar een plaatje van dat schilderij, maar heb het tot mijn grote spijt nog niet kunnen vinden.
