fotoIn De Walgvogel ontmoet de hoofdpersoon Lien, "de Venus van de katholieke huishoudschool in Leiden", afkomstig uit Noordwijk. Met haar heeft hij nog voor de oorlog een korte maar heftige affaire tot het moment dat Liens vader er achter komt en haar persoonlijk weer wegplukt van de zolder aan de Lange Mare, waar de hoofdpersoon woont. Ze wordt verbannen naar familie in Brabant en de hoofdpersoon trekt nog enkele malen naar Noordwijk om tenminste zijn herinnering maar een beetje te kietelen:

"Voor de buitenwereld was Lien verdwenen. Een paar weken lang ging ik iedere dag met de tram naar Noordwijk. Als we langs dat alleenstaande huismet het gele tegeltableau waarop in blauwe letters HUIZE LIEN stond reden, probeerde ik naar binnen te kijken om een glimp van haar op te vangen. Maar de vitrages waren bijna demonstratief voor alle ramen dichtgeschoven. Een sterfhuis waaruit ieder moment een begrafenisstoet voorbij zou kunnen komen. (….)

De eerstkomende halte stapte ik uit en liep aan de overkant van de weg in de beschutting van het langs de berm groeiende struikgewas, de kant van haar huis op. Als ik het dicht genoeg genaderd was om die geblindeerde ramen goed in de gaten te houden, ging ik – half verscholen onder de struiken – in het gras liggen. En maar staren naar dat huis dat onbewoond leek, waar zelfs geen tocht de vitrages bewoog, en naar de bollenschuur ernaast waar ook geen sterveling te zien was.(…..) Ik lag dood te gaan van heimwee."