De Noordzijderpolder ligt ten noorden van Noordwijk (noordelijker kan bijna niet) en wordt tegenwoordig grotendeels opgeslokt door wat bloembollenland en bungalowparkjes. Veel bungalowparkjes. Tegen de rand van de duinen stond daar vroeger boerderij Puikenduin, een prachtige duinhoeve die helaas al in 1926 werd gesloopt. Eén van de aardigste beelden die er nog van rest is gemaakt door ene ‘J. Verheul Dzn.’
Deze Jan Verheul Dzn. leefde van 1860 tot 1948 en zo hij al iets was, was hij Rotterdammer. Hij kwam uit een familie van timmerlieden/architecten en wist zich al snel een belangrijke plaats te verwerven in de architectuurwereld van Rotterdam en spoedig daarna ook van Nederland. Ik citeer een stukje uit zijn biografie op www.bonas.nl :
“Jan Verheul Dzn. leverde als geboren en getogen Rotterdammer een wezenlijke bijdrage aan het vooroorlogse gezicht van Rotterdam en aan het behoud van historische plekken in de snel veranderende stad. Het bombardement van mei 1940 deed het leeuwendeel van Verheuls oeuvre in de binnenstad echter voorgoed verdwijnen. Het weinige dat resteerde werd na de oorlog afgebroken, of verwijderd tijdens de sloopwoede van de jaren zestig en zeventig. Thans is er van de in totaal tachtig projecten van Verheul minder dan de helft over. Verheul leidde een zeer actief leven als architect en was verantwoordelijk voor een uiterst divers oeuvre, in eerste instantie in en om Rotterdam, maar later ook elders in Nederland. Hiervoor bediende Verheul zich aanvankelijk van een ontwerpmethodiek die aansloot bij de architectuurpraktijk van zijn tijd maar de hand liet zien van een eigenzinnige ambachtsman, die hoge eisen stelde aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Dat Verheul een bevlogen en geëngageerd persoon was blijkt bovendien uit zijn actieve deelname aan het verenigingsleven van zijn tijd, onder meer twintig jaar bij de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst en vijfentwintig jaar bij de Vereeniging tot Bevordering van Fabrieks- en Handwerksnijverheid. Als Rotterdammer met hart voor zijn stad vervulde hij een voorname rol in het sociale leven en was hij als gemeenteraadslid betrokken bij het wel en wee van ‘zijn’ metropool.”
Verheul bouwde zich het schompes: arbeiderswoningen, bedrijfsgebouwen, bierbrouwerijen, banken, cafés, concertgebouwen (de – oude – Doelen in Rotterdam), schouwburgen (de Nieuwe Groote Schouwburg in Rotterdam en De Kunstmin in Dordrecht), kerken, elektriciteitscentrales, gemeentehuizen (in Bolsward en Bussum), het hoofdkantoor van ‘De Utrecht” in Utrecht, hotels, kantoren, stoomwasserijen en de zebrastallen in Blijdorp.
Bij alles wat deze geweldenaar was, was hij dus ook nog schilder. Hoe hij in Noordwijk verzeild raakte (hij heeft er zelf nooit gebouwd) en ertoe kwam om de boerderij Puikenduin voor de eeuwigheid vast te leggen is mij een raadsel. Er is niets te vinden dat hem met Noordwijk zou hebben verbonden (behalve wellicht zijn goede relaties met de architecten Jesse en Berlage die wél in Noordwijk bouwden). Het schilderij bevindt zich tegenwoordig in het gemeentearchief van Rotterdam. Het is gedateerd in november 1925, kort vóórdat Puikenduin met de poldergronden gelijk werd gemaakt.
De Rest 204: Puikenduin
