Het was een paadje van niks en je kwam er nooit iemand tegen. Het moest een verbinding leggen tussen de Kerkstraat en de Voorstraat, maar een echte verbinding is het nooit geweest. Liever liep of reed je om, via het Lindenplein, waarom weet ik niet. Misschien om als katholieke jongeling niet door de schaduwen van het protestantisme overrompeld te worden? Misschien omdat je in de veronderstelling verkeerde dat het geen openbare weg was, maar behoorde tot dat aanpalende hervormde bolkerk? Op de foto wordt het paadje van de kerk gescheiden door een gietijzeren hek, maar in mijn herinnering is dat niet altijd zo geweest en kwam de kerk je dichterbij als je je op het paadje waagde.
Die twee witte paaltjes in het midden vormden ook al niet zo’n geweldig uitnodigende entree en voorbij die vervaarlijk naar het midden hellende zuil aan de rechterkant zou je zonder levensverzekering niet graag durven gaan.
Die bomenrij was eigenlijk het enige levende wat zich op dit paadje bevond. Maar die bomen lééfden dan ook in al hun pracht en praal. Ze vormden met elkaar zoveel eenheid en harmonie dat ieder ander levend wezen dat zich hiertussen zou begeven die eenheid en harmonie alleen maar zou verstoren.
Misschien daarom wel ging niemand er binnen.
