fotoHij was ooit burgemeester van Dantzig, maar Vincentius Fabricius (Hamburg, 1613) schreef zich op zijn 18e in als medisch student in Leiden en woonde gedurende zijn studietijd grotendeels in Noordwijk. Hij was ook dichter (misschien meer dan medicus), in ieder geval schreef hij veel gedichten en ook brieven aan wie hij ook maar nodig dacht te hebben om in de poëzie verder te komen.

Barleus was er één en Constantijn Huygens was een ander. Bijgaande brief dateert uit ‘Nortvici’ van 7 juni 1633 en is aan deze laatstgenoemde gericht. Het betreft de aanbieding van een uitgave van Fabricius’ gedichten, een uitgave die op dat moment blijkbaar nog niet beschikbaar is. In de brief staat o.m. "Door traagheid van de drukker ben ik niet in de gelegenheid u persoonlijk mijn boekje, dat aan u is  opgedragen, ter hand te stellen. Nu zendt de grote Daniel Heinsius  het u toe. Ik zal u iets van mij zelf meedelen. Ik stam uit een oud Hamburgs geslacht, dat vele regenten heeft opgeleverd. Meer dan twee jaren ben ik in Holland en heb ik enkele maanden in Leiden gestudeerd en de overige tijd  hier (= in Noordwijk) doorgebracht."

Fabricius keerde In 1634 terug naar de Duitslanden. Alvorens het tot burgemeester van Dantzig te schoppen werd hij nog raad van de bisschop van Lübeck. Hij stierf in 1667 in Warschau waar hij tenslotte als ambassadeur was belandt. Zijn verzen kregen nog herdrukken in 1638 en 1683, al zijn brieven  – ook die uit Noordwijk – bevinden zich nu in de archieven van de universiteit van Mannheim. Ze werden later door zijn zoon ook in boekvorm uitgegeven en staan zo ongeveer integraal op internet.