fotoJean-Jacques Salverda de Grave was een Nederlands taalkundige en literatuurhistoricus, en hoogleraar Italiaans te Groningen. Maar hij was eigenlijk – breder – een romanist en filoloog met een bijzondere voorliefde voor Frankrijk. Dat was niet zo heel vreemd, want zijn familie was Frans. Zijn overgrootvader was op de vlucht geslagen voor de gruwelen van de revolutie van 1785 en had zich – in Nederland aangekomen – gesierd met de welluidende naam ‘De Grave’. Een graaf moet hij geweest zijn, er zijn tenminste aanwijzingen dat hij van origine  Comte de Chambord was en dat was geen slechte adel. Van moederszijde (Brutel de la Rivière) stamde Salverda de Grave uit een geslacht van andere vluchtelingen, die zich na de herroeping van het Edict van Nantes ook al in Nederland hadden gevestigd.

Hoe zijn ouders in Noordwijk terecht gekomen waren is onbekend – zijn vader was dominee en werd later geschiedenisleraar in Den Haag. Maar in Noordwijk werd Jean-Jaques geboren op 19 maart 1863.

Los van al zijn verdiensten voor de ontwikkeling van de Romaanse talen in Nederland en zijn grote verdiensten voor de culturele banden tussen Nederland en Frankrijk  was Salverda de Grave van 1889 tot 1896 privé-leraar van prinses Wilhelmina. Hij gaf haar Frans, aardrijkskunde, geschiedenis en Nederlands. Curieus is dat hij – met al zijn kennis van het Frans (hij had zelfs zijn proefschrift in het Frans geschreven) toch nog zijn mo-akte-Frans meende te moeten halen in diezelfde periode. Hij zal ongetwijfeld geslaagd zijn (anders was hij wel van het Hof verjaagd geworden, neem ik aan).

Jean-Jaques Salverda de Grave stierf in Den Haag op 22 maart 1946, 83 jaar en 3 dagen nadat hij in Noordwijk zijn babyvoet aan wal had gezet.

Deze en andere mooie verhalen over hem staan in de al eerder door mij geciteerde en onvolprezen Digitale Bibliotheek van de Nederlandse Letteren, een goudmijn voor iedereen die tenminste een beetje in de cultuurgeschiedenis van dit land is geïnteresseerd.

Curieus is tenslotte nog te vermelden dat Salverda de Grave een zwager was van prof.dr. D.C. Hesseling, ook al een taaldeskundige, maar in dit geval in het Grieks. Deze D.C. Hesseling kwam in tegenstelling tot Salverda wél terug naar Noordwijk: hij liet er door H.P. Berlage himself een zomerhuis bouwen. In 1913. Of het nog bestaat weet ik niet. Wáár het staat evenmin.