fotoConfiteor Deo omnipotenti, beatæ Mariæ semper Virgini, beato Michæli Archangelo, beato Joanni Baptistæ, Sanctis Apostolis Petro et Paulo, omnibus Sanctis et vobis, fratres: quia peccavi nimis cogitatione, verbo et opere: mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Ideo precor beatam Mariam semper Virginem, beatum Michælem Archangelum, beatum Joannem Baptistam, Sanctos Apostolos Petrum et Paulum, omnes Sanctos, et vos, fratres, orare pro me ad Dominum Deum nostrum.

Het was een lange reeks van onbegrijpelijke woorden die je als 6-jarige misdienaar uit je hoofd diende de leren en op het geëigende moment tijdens de mis ook ten beste moest geven. In één van mijn eerste optredens, tijdens de vroegmis van 7 uur in de St.Jeroenskerk in Noordwijk, lag ik – aldus geknield en voorovergebogen met de neus op de altaartrappen  – de reeks Latijnse woorden op te dreunen. Voorganger in de mis was Deken Brinkman. Geen Kapelaan of Pastoor, maar méér dan dat: Sous-chef van de Bisschop van Rotterdam, het bevel voerend over tal van katholieke parochies in de regio, met name in de Bollenstreek. Noordwijk als epicentrum van het regionale katholicisme en Deken Brinkman als de Verpersoonlijking van de Hemelsche Machten.

Van die macht was hij zich wel bewust. Ik vond het een vervelende, dictatoriale en intimiderende man, in mijn herinnering nooit aardig, altijd snauwend en vol chagrijn. Een Roomsche blaaskaak in de verkeerde zin van het woord, die neerkeek op arme parochianen die hem toch geen materiële geneugten als sigaar en cognac te bieden hadden (bij de rijke kwam hij daarentegen maar al te graag over de vloer). Hij verspreidde zijn tirannieën ook tijdens de eredienst, vaak over de gebogen ruggetjes heen van zijn misdienaren naast hem op de altaartrap.

Ik was nog niet halverwege, het ‘mea culpa’ moest nog komen, toen ik blijkbaar al een fout maakte in één der conjugaties (verbum in plaats van verbo of zo). De prelaat tilde als door een adder gebeten en zonder mededogen toog, albe en kazuifel op en gaf me een schop voor de kont, die er wezen mocht. Het is me mijn verdere Rijke Roomsche Leven blijven achtervolgen tot het moment dat Brinkman stierf en ik hem met vele anderen mocht begeleiden naar het priestergraf aan de Gooweg.

Sua culpa, sua eigen domme rot culpa!