Alle Noordwijkse burgemeesters van na 1813 hebben wel een straat of weg of plein naar zich vernoemd gekregen, zelfs wethouders werden soms met een straat(je) bedacht. Van Struyck, Schaeffer, Stakman Bosse De la Bassecour Caan, Pické, Van Limburg Stirum, Quarles van Ufford, Van Hardenbroek, Van Panhuys, Van de Mortel, Van Berckel en Bonnike, ze zijn allemaal op de plattegrond van de gemeente terug te vinden. Behalve Musegaas, die in de oorlog de NSB-scepter over het dorp zwaaide. En behalve Van den Brandeler.
Over deze dr. Willem Cornelis van den Brandeler is in de Noordwijkse annalen dus blijkbaar weinig bewaard gebleven. Hij wordt in het al eerder geciteerde Straatnamenboek van Noordwijk van Ton Meijer heel even ten tonele gevoerd als hij zijn scheidende wethouder Jan Kroon (naar wie zowel een weg als een plein is genoemd) mag eren, maar verder hebben zijn verblijf en regime weinig sporen achtergelaten. Hij was burgemeester van de beide Noordwijken van 1853 tot 1856 toen hij tot hetzelfde ambt geroepen werd in Brielle en later nog in Voorburg en in Leiden (1866-1880). In ieder geval in Leiden heeft hij wel indruk gemaakt, daar getuigt de naam “Van den Brandelerkade” nog van in de Burgemeesterswijk.
Willem van den Brandeler leefde van 1817 tot 1880, hij kwam uit een “oud aristokratisch geslacht, aan de aanzienlijkste familiën vermaagschapt” (ik citeer een biootje over hem op de DBNL-site). Een geslacht uit Dordrecht, waar hij na een leven, dienstbaar aan de publieke zaak, uiteindelijk ook begraven werd. Hij studeerde medicijnen in Leiden en had enige tijd een praktijk in Dordrecht voordat hij zijn lange gang door de burgemeesterlijke instituties ging lopen. Hij was – alweer volgens de DBNL-site – een toonbeeld van ijver en werkzaamheid, hoffelijkheid, minzaamheid, onpartijdigheid en oprechtheid, vooral van godsdienstzin en vroomheid des harten. Hij vond zijn hoogste geluk in den huiselijken kring, was een liefhebbend echtgenoot, een zorgend vader, een getrouw vriend. Waar hij kon, trachtte hij door warme deelneming de rampen des levens te verlichten, en droeg ze zelf met geduld en onderwerping.
Tijdens zijn verblijf in de beide Noordwijken werd zijn dochter Margaretha Johanna geboren op 14 juli 1854. Van haar is mij verder helemaal niets bekend, behalve dan dat ze stierf in Wassenaar in 1936 en getrouwd was met ene Cornelis Suermondt. En behalve dan dat ze in de archieven van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie een spoor van pasfoto’s annex visitekaartjes achterliet, genomen in Montreux, in Wiesbaden en in Den Haag (Noordwijkse fotografen kregen haar nooit meer voor de lens, want ze werd als wicht door haar ouders al in 1856 weer meegesleept naar Brielle).
De foto’s zijn te mooi om in de archieven van het Rijksbureau te verstoffen en ik haal ze nog maar eens te voorschijn. Samen met het Leidse straatnaambord ter ere van haar vader. Een ere die hem in Noordwijk – helaas – nooit gegeven is.
De Rest 103: Van den Brandeler
