De geur van de velden met
nog niet
door aaltjesziek aangetaste
hyacinten.
De geur
van de bokkingrokerij
en
van het groen-bruine schuim
van de zee
in een knoestige herfst.
De torens van Zee die niet
– zoals de torens van Binnen –
in één oogopslag
te vangen zijn.
Verloren gegane villa’s,
pensions,
hotels
vervangen
door naam- en
identiteitsloze hopen
steen.
Afgebroken,
maar ook
bedorven de sfeer.
Keine Zimmer
kein Frühstück.
Nagelaten kunstwerken
harteloos
onder het stuifzand
verdwenen,
Nova, Desirée,
Palace, Hollander
en Hoek.
Verwey, Van der Schalk, Jesse
De tram te pletter
op het laatste stootblok.
De elite
Huis ter Duin ontvlucht,
vervangen door navelstarende
congresgangers,
besluiteloze ministers
en bleke voetballers.
Noordwijk,
hogere dammen
opwerpend
tegen het eigen verleden
dan tegen
de stijgende zee.
