Herniëtte van der Schalk, dochter van de notaris aan het Lindenplein te Noordwijk (ik schreef al eerder over haar), zette aan het eind van de 19e eeuw koers naar buiten en zou Noordwijk vrijwel definitief achter zich laten. Er zijn geen berichten dat ze er ooit nog terug is geweest. Aanleiding tot haar vertrek was haar verloving met Richard Roland Holst, beeldend kunstenaar in de contreien van Het Gooi en het voorgenomen echtpaar (in het briefje heet het nog ‘in spe’) zou in die contreien later ook gaan wonen.
Bijgaand briefje was in die zin de aankondiging van haar vertrek. Het is een uitnodiging aan Albert Verwey om ter gelegenheid van hun verloving mokka te komen drinken ‘op de châlet’ van Jhr. Van den Konijnenburg te Noordwijk-aan-Zee ‘van’ 7.15 en het kledingvoorschrift luidde ‘wandeltoilet’.
De vraag rijst natuurlijk waar ‘de’ chalet dan wel gestaan heeft. De Van Konijnenburgen die ik ken bewoonden (later?) een prachtige villa aan de Nieuwe Zeeweg en de ander (‘Siem’) het schitterende huis aan het einde van de Voorstraat op de kruising met het Schie.
Henriëtte was kort daarna verdwenen en opgegaan in de Schoone Letteren alsmede De Grote Revolutionaire Strijd die overal in Europa woedde. Ze zal ongetwijfeld nog wel eens teruggedacht hebben aan haar jeugd in Noordwijk, aan het Lindenplein waar ze als klein meisje met haar ouders was komen te wonen. Aan het begin van haar dichterschap had ze haar gevoel zo verwoord:
Ruik ik de reuk der bloesemende linden,
ruik ik de reuken waar ik eens van zong
toen zang en geur aanwiekte’ op alle winden,
dan glijdt een vroeger zoet over de tong …