De foto is genomen op de Voorstraat aan het begin van de 20e eeuw of nog vroeger, want ik zie de tramrails nog niet liggen.
Er wordt nogal geposeerd op de foto.
Het is een klasje kinderen met hun juffen, maar dan wel een klasje met gegoede kinderen en gegoede juffen, doorkleed als ze allemaal zijn met hun goede goed.
Of het zijn kinderen van de betere burgerij die aan de Voorstraat woonachtig was, met hun moeders en misschien met anderhalve gouvernante.
Achter de kinderen, de moeders en de gouvernantes staat de slager of de bakker , die op deze manier nog net een fotootje van zichzelf ‘meepikt’.
Het rechtergedeelte van de foto betreft ander volk dat met groot rollend materieel gekomen is: paard-en-wagen, kinderwagens en handkar.
Het is een mooie rustige dag.
Het lijkt erop alsof wij terugkijken naar een tafereel van 100 jaar geleden. Maar je kunt het ook omdraaien: iedereen op de foto kijkt vooruit naar een tijd die nog moest komen, ze werpen hun blikken als het ware vóóruit naar de toekomst. Wij kijken niet naar hen, maar zij kijken naar ons.
