fotoHendrik Johannes Jesse, architect van Pension, later Hotel Noordzee,  werd in 1860 in Zaltbommel geboren. Al op jonge leeftijd had hij de wens architect te worden. Om de kans op slagen te vergroten trok hij in 1877 naar Leiden. Na zijn verblijf bij timmerman/architect Kok werd hij tekenaar bij het architectenbureau van G.B. Salm in Amsterdam. Om zijn kennis van de architectuur te verdiepen volgde hij een paar jaar colleges aan de Polytechnische School in Delft. Jesse had pas zijn studie voltooid toen hij deelnam aan de prijsvraag voor een nieuwe Hervormde Kerk in Katwijk aan Zee.

Jesse begon te werken in de neorenaissancestijl. Dat was niet zo revolutionair, maar wel commercieel gedacht, want de neorenaissance was, naast andere neostijlen en het eclecticisme, toen de gangbare bouwstijl in Nederland. Jesse bleef in deze stijl ontwerpen tot aan het eind van de jaren negentig in de negentiende eeuw, maar was al eerder op zoek naar een andere vormentaal. Zo paste hij in het raadhuis van Kethel enkele rondbogige vensters en deuren toe, stijlelementen die ook in het ontwerp van Pension Noordzee terug te vinden zijn. Een uitstapje naar de Jugendstil maakte hij onder invloed van W.I. Fontein. Jesse ging met hem van 15 november 1903 een associatie aan die tot 15 november 1910 duurde. Na de breuk met Fontein keerde hij weer terug naar zijn meer persoonlijke stijl.

Hij bouwde links en rechts vooral in Leiden aan de Boerhaavelaan en Rijnsburgerweg. Aan de Rijnsburgerweg, tegenover het aloude Posthof (de kruising van Rijnsburger- en Wassenaarseweg) bouwde hij zijn masterpiece Landhuis De Keet, waar hij ook ging wonen. Anders dan de naam suggereert was De Keet een waar palazzo, met robuuste gevels van baksteen, rondboogvensters, groen verglaasde profielstenen, grote dakvlakken en een kunstige traptoren. Van zijn oorspronkelijk beleden neorenaissancestijl was niet veel meer over. Hij was definitief bekeerd tot het Berlagianisme, als dat al een bouwstijl in zichzelf was.

Jesse haalde tot zijn dood in 1943 een waanzinnig hoge productie, vooral populair in de streken rond Leiden. Ook in Noordwijk bleef hij actief. Hij vulde zijn oorspronkelijke ontwerp voor Pension Noordzee nog aan met het fraaie, nog steeds beeldbepalende zeskantige gebouwtje ernaast (de goden verhoeden dat daar ook weer iemand met zijn slopershanden aan gaat zitten). Daarna leidde hij verbouwingen van Dijk en Burg, de Grote St.Jeroen en winkelpanden aan de Hoofdstraat en de Voorstraat. Hij tekende voor de landhuizen Duna, Marezate en Vreewijk en voor de villa’s Anna, Christina, Desirée, Hoogduin, Verhoeff en Zeewijk. En in 1883 dong hij mee in een concours, uitgeschreven door de Maatschappij tot Exploitatie der Duingronden Noordwijk voor het ontwerp van een Kurhaus (Huis ter Duin?), dat niet werd gerealiseerd (bron: www.bonas.nl). Ook hier weer materiaal genoeg om een geweldige tentoonstelling mee in te richten: Noordwijk als lustoord voor architectuur.

Er is een stichting H.J. Jesse die nog in 1997 de tentoonstelling "H.J. Jesse Architect" organiseerde in Katwijk, Oegstgeest en Leiden, plaatsen waar veel van Jesse’s werk staat. Bij de tentoonstelling verscheen ook een boek van Joyce Hoogeveen onder dezelfde titel bij NAi-uitgevers, dat moeilijk (antiquarisch)  verkrijgbaar is.