In de nacht van 9 op 10 december 1978 ging het Palace Hotel, dat 66 jaar lang vol trots had standgehouden en stormen, springvloeden en oorlogen had overleefd, ten onder in een zee van vuur waartegen de verzamelde brandweerkorpsen uit de verre omstreken weinig verweer hadden. Of nou ja, weinig: de brandweer had het allemaal binnen 2 uur in bedwang (een grote prestatie in die harde wind vanaf zee) en het gekke was dat uiteindelijk vooral het dak en de direct daaronder gelegen etage het meest beschadigd leken en restauratie alleszins mogelijk was.
Er was veel waterschade en de schade liep ‘in de miljoenen’, maar de eigenaar, Van Hese die ook over Casino de scepter zwaaide, was goed verzekerd. In het Leids Dagblad toonde hij zich al even voortvarend als optimistisch: hij zou over veertien dagen gewoon weer opengaan. Maar één dag later was het hem allemaal al te veel geworden en moest hij opgenomen worden in het ziekenhuis. Het hotel stond volgens experts op instorten als gevolg van de vele hoeveelheden water die er bij de bluswerkzaamheden waren ingespoten.
Wie uiteindelijk de beslissing genomen heeft om de restanten van het hotel maar naar beneden te halen is mij niet bekend: Van Hese zelf? De Gemeente? De Verzekering? Iemand moet het besluit genomen hebben. En iemand moet de hoop hebben gehad dat er spoedig iets heel moois voor in de plaats zou komen, als het hotel al niet zou worden herbouwd. Die hoop zou dertig jaar lang ijdel blijven. Dertig jaar!
