Eerder in dit blog heb ik het vaak gehad over het Palace Hotel, het oude wel te verstaan, dat in 1912 vol trots aan de Noordboulevard verrees en er in 1987 door brand jammerlijk ten onder ging. Ik heb het ook al eerder geschreven: een parel aan de Nederlandse kust, mooier nog dan Huis ter Duin, in bepaalde opzichten grandioser nog dan het Kurhaus in Scheveningen. Ik ken iemand die dit hotel liefkozend ‘Palazzo’ noemt, of – nog mooier – "Het Geliefde Object".
Voor wie het Palace Hotel gekend heeft is daar allemaal niks overdreven aan. Van die genoemde ‘iemand’ heb ik al verschillende prachtfoto’s gekregen die ik ook in dit blog heb gebruikt. Nu stuurt hij me de wervende brochure waarmee De Raad van Commissarissen in de N.V. Hotel-Maatschappij Noordwijk-aan-Zee" het nieuw gebouwde hotel in 1912 aan de man, of liever "aan de eerste kringen des lands" probeert te brengen.
In de Raad zijn de graven en jonkheren niet van de lucht, maar ze mochten terecht trots zijn op het gebouw dat zij beheerden. Ik zal in de komende blogs uitgebreid aandacht besteden aan het prachtige boekwerkje dat ze produceerden. Het boekje bevat niet alleen een wervende campagne voor het Palace Hotel zelf, maar ook voor "onze zoo schoon gelegen badplaats". Het één kon natuurlijk niet zonder het ander, want je gaat geen hotel neerzetten in de middle of nowhere. Mensen komen nooit voor het hotel zelf, maar met een ander doel, is het niet voor zaken, dan is het wel voor een welverdiende luxe-vakantie in de zon aan het strand.
In dit geval hadden ze het hotel overal kunnen bouwen, in de woestijn, op de Zuidpool of in de vreselijkste sloppenweek van de vreselijkste stad ter wereld: ik was altijd gekomen en altijd teruggekomen. De brochure had ik niet nodig gehad. Maar de wervingskracht ervan duwt iedere geinteresseerde nu in het pikkedonker: het Zwarte Gat van Palace is het enige dat nog rest van deze Grootse Majesteit. wat mij betreft de "Moeder aller Hotels".
