Rechts staat een misschien al wel 200 jaar oud pand, maar het moet nu tegen de vlakte. Van oudsher een dorpsboerderij, waarvoor indertijd – aan de boorden van Noordwijk-Binnen en begrensd door de Woensdagse Wetering – ruimte genoeg was. Zoveel ruimte zelfs dat daarnaast ook nog een boerderij kon staan, maar die werd aan het begin van de 20e eeuw afgebroken om plaats te maken voor een aantal woonhuizen. Zeestraat 28 en Zeestraat 30 werden gebouwd door de firma Berkhout die iets verderop aan de Zeestraat en om de hoek in de Molenstraat bedrijf hield. Beide huizen kwamen gereed in 1928 en de koper van nummer 30 was mijn grootvader. Hij zou later ook nummer 28 nog erbij kopen, maar nummer 30 ging door als het huis waar ook de nazaten van grootvader – waaronder ik – opgroeiden. 

De winkel aan de rechterkant was toen nog een meubelwerkplaats, waar je bij binnentreden de lijm kon ruiken die op een potkachel verwarmd werd. Ook daar liggen nog uren die ik heb doorgebracht evenals, aan de andere kant, in de RK Jongensschool met op de hoek het woonhuis van de hoofdmeester, de wat mij betreft monumentale Sistermans. 

De Zeestraat was toen nog een redelijk straat. De stoomtram en de Blauwe Tram zijn er jarenlang enkelsporig doorheen gereden en die trams moeten – zeker toen Noordwijk net als badplaats was gestart – niet de meest onaanzienlijken door de straat hebben gevoerd: Isadora Duncan en Gordon Craig, J.B. Charles, alias Willem Nagel, Gustav Freud, Lady Kathleen Scott (weduwe van de bevroren poolvorser Robert Falcon Scott), Daniel Notenboom en Ludolp Berkemeijer, Albert Verwey en zijn vrienden Lodewijk van Deijssel, Jan Veth, Frederik van Eeden en Willem Kloos. Het jonge meisje Henriëtte Van der Schalk liep via de Zeestraat naar het duin waar Verwey woonde om hem haar eerste gedichten te laten zien. Mea Verwey kwam dagelijks door de straat op weg naar haar schooltje aan de Wilhelminastraat. Lieden van koninklijke bloede die zo ongeveer daags vóór de Tweede Wereldoorlog nog vrij en onverveerd de Noordwijkse bloemenfeesten bezochten. Ze zijn allemaal wel de revue gepasseerd in dit Blog. 

Onder aanvoering van de trams werd de Zeestraat ook een belangrijke verkeersader tussen de oude dorpen Zee en Binnen. Veel verkeer richting zee draaide via de Zeestraat naar de Nieuwe Zeeweg, waar trams, bussen en auto’s amechtig tegen het duin omhoog kropen. Nadat de trams voorgoed (?) uit Noordwijk verdwenen waren schroomde de NZH niet om er bussen doorheen te laten rijden die de huizen soms nog meer op hun grondvesten deden trillen. Touringcarbedrijf Brouwer had de onzalige gedachte om zijn autobussenbussenpark aan de Zeestraat te vestigen, waardoor de chaos soms alleen nog maar vergroot werd. 

In de 18e eeuw moet de Zeestraat al zo’n drukke verbindingsfunctie hebben gehad, zij het niet met trams en bussen en auto’s. In “Noordwijks Arkadia” dichtte Jakobus van der Valk over deze straat:

Treed zacht! De Weg loopt hier wat slecht

Door ’t rennen, ryën, en door ’t rossen

Van Paardewagens en Karossen;

Maar niet te min; ’t is, als men zecht,

Het avontuur hangt aan de wielen;

Als Adeldom , en Boer niet ryd’,

Dan is het een bedroefden tyd;

Dan volgt ons de Armoede op de hielen.

De Zeestraat niet alleen als verkeers-, maar ook als levensader van de beide Noordwijken. Alleen daarom al heeft de straat door de eeuwen heen eigenlijk een beter lot verdiend, meer waardering en aandacht, meer onderhoud en opsmuk. Misschien is het nu zo ver. De straat gaat op de schop. Het hierboven afgebeelde rijtje huizen zal er binnenkort niet meer staan en vervangen zijn door een redelijk monotone gevelrij van dertien in een dozijn. Niet per se mooier of lelijker, niet per se beter of slechter. Maar hoe dan ook: geen geschiedenis. Alle geschiedenis gaat met deze gevels ten onder en wordt weggepoetst achter de façade van de 21e eeuw. Modernisering en vooruitgang. Vast wel. 

Intussen liggen mijn Noordwijkse roots wel uitgerekend op deze plek en met het verdwijnen van die plek wordt ook mijn laatste verbinding met deze Noordwijkse aarde verbroken. Ook modernisering en vooruitgang. Maar toch.