Een bericht op teletekst op vrijdag 7 december. De zaterdaghoofdklassers Noordwijk en Ter Leede hebben blijkbaar iets onoirbaars gedaan en krijgen daarvoor een straf opgelegd van de KNVB. Het bericht roept alleen maar vragen op en geeft geen antwoorden: er zijn ‘gebeurtenissen’ geweest, maar niet duidelijk is welke.
Er wordt gesproken van ‘wangedrag’, maar wie hebben zich ‘wangedragen’? “De spelers”, maar waren dat alle spelers? Of waren het er maar een paar? Of was het er maar één? Hoe uitte het wangedrag zich? Zijn ze elkaar te lijf gegaan? Hebben ze gespuwd? Hebben ze vervelende dingen geroepen? Hebben ze de scheidsrechter gemolesteerd? De grens van zijn vlaggetje beroofd? De middenstip opgevreten? De kalklijnen uitgespoeld? Zijn ze het veld afgelopen? Hebben ze de dug out in brand gestoken? Het scorebord naar beneden gehaald? Reclameborden op hun kop gehangen? De cameraman van TV-West onder de zooien gestopt? Hebben ze met thee naar elkaar gegooid in de rust? De douchekoppen losgeschroefd? Hebben ze harder tegen elkaars schenen dan tegen de bal getrapt? Hebben ze met graszoden gegooid, de doelpalen doorgezaagd of de netten meegenomen? En wie is er begonnen? En hoe is het begonnen? En waarom is het begonnen? En waarom krijgen ze maar één punt in mindering? Waarom niet vijf? Of drie? Waarom zijn ze niet gelijk uit de competitie genomen?
Vragen, vragen, alleen maar vragen. Wie werd waar geboren en door wie werd hij hoe genoemd? En wie weet wat was was? (Voordat was was was, was was is). “Dat zijn me toch een vragen die u mij daar stelt!”, zei de krekel (Toon Tellegen).

