Ergens in 1912 is het Palace Hotel daar neergezet. Een knalwit gebouw met beige/witte zonneschermen en vooral een heel erg rood dak. Toen ik het kende was dat dak ondergekalkt met grote letters die ‘Palace’ en ‘Hotel’ schreeuwden en aan de zijkant ‘Soirée-Dansante’ en ‘Restaurant’. Maar op deze foto is daarvan nog geen sprake, het moet ergens eind jaren twintig van de vorige eeuw zijn geweest, tenminste als ik het afleid aan de geparkeerde auto’s op de boulevard. Bescheiden is op de voorgevel te lezen dat Palace een café en een restaurant was, maar Palace was voor alles een hotel, en een voornaam hotel.
Ik heb in de loop van het schrijven aan dit bloggedoe een steeds sterkere affiniteit tot dat prachtige gebouw gekregen, ik heb dat al bij eerdere bloggen laten blijken. Maar het komt steeds weer terug, dat gevoel dat als er één monument uit het rijke Noordwijksche verleden herstel verdient, het wel dit ‘oude’ Palace is. Ik word er pathetisch van: ze mogen voor mijn part de Vuurtoren er voor afbreken, ze mogen met nog meer aplomb de lelijkste gebouwen aan zee neerzetten, ze mogen het huis afbreken waarin ik ben opgegroeid (daar kom ik nog op terug!), ze mogen alles doen wat tegen ieder gevoel van historie indruischt, ze mogen – het blijven Torentrekkers – de toren van de oude St.Jeroen naar beneden halen, alles is toegestaan op één voorwaarde: vul het Gat van Palace met Palace. En met Palace alléén.
